Verslag tbs-debat 28 mei 2011
Tijdens de VU-alumnidag op 28 mei 2011 organiseerde de Faculteit der Rechtsgeleerdheid twee aan de opleiding Criminologie gerelateerde onderdelen, waaronder het tbs-debat.
Joke Harte opende het tbs-debat met een overzicht van de ontwikkelingen van de tbs in de laatste decennia. Zij presenteerde daarbij veel feitelijke gegevens, terwijl Hans Boutellier de nadruk legde op het gevoel van onveiligheid in de maatschappij en de neiging van het publiek de oorzaak daarvan onder andere te leggen bij criminelen en met name bij gestoorde criminelen: de tbs’ers.
Het aantal tbs’ers stijgt al jaren gestaag: van ongeveer 1000 in het jaar 2000 tot 2200 (prognose voor 2012); de instroom – d.w.z. het aantal opleggingen - is twee maal zo groot als de uitstroom, het aantal beëindigingen: 200 tegen 100 per jaar. Ook de behandelduur stijgt: van gemiddeld 5.3 jaar in 1997 tot 7.7 jaar in 2007. Maar mede daardoor staat de tbs ook onder druk. De tbs heeft bij het publiek maar ook bij delinquenten een slechte naam. Het niet terugkeren van verlof en vooral recidive van een tbs’er wordt breed uitgemeten in de media, de KLPD laat onmiddellijk een opsporingsbericht uitgaan, politici onder druk van hun electoraat zijn geneigd snel te reageren en het publiek voelt zich in gevaar. Het is allemaal verhevigd door de ontsnapping van Wilhelm S. in 2005 die tijdens zijn vlucht ook nog een bejaarde man vermoordt. Minister Donner overleeft een motie van wantrouwen maar er wordt wel een Parlementaire Onderzoekscommissie ingesteld die moet “achterhalen waarom het tbs-stelsel in de huidige vorm onvoldoende in staat is de maatschappij te beschermen tegen mensen die na of tijdens hun behandeling opnieuw recidive plegen”.
De verlofregeling wordt aangescherpt: de procedures worden steeds omvangrijker en er wordt steeds terughoudender besloten tot verlof en beëindiging. Het verlof kent nu vijf fasen, van begeleid een boodschap doen tot de voorwaardelijke beëindiging van de tbs; er gaat elk jaar 50.000 keer iemand met verlof. Toch is er slechts in ongeveer 90 van de gevallen sprake van een ‘onttrekking’ - d.w.z. het te laat of helemaal niet terugkomen van verlof - en in 4 gevallen pleegt de tbs’er dan ook nog een ernstig delict. Het gevoel van gevaar bij het publiek staat dus in geen verhouding tot de feiten maar de druk op de tbs wordt steeds groter en ook de bereidheid van GGZ-instellingen en Begeleid Wonen projecten om (ex)tbs’ers op te nemen steeds kleiner. De longstay afdelingen voor tbs’ers die naar de huidige maatstaven ‘uitbehandeld’ dan wel onbehandelbaar zijn nemen in omvang steeds toe: van 20 in 2000 tot 240 (prognose 2012).
Maar ook de angst van delinquenten voor tbs neemt toe: verdachten weigeren (soms onder invloed van hun advocaat) mee te werken aan een gedragskundig onderzoek waardoor er (als geen andere persoonlijkheidsgegevens beschikbaar zijn) geen tbs kan worden opgelegd. Zoals Sietske H., die haar vier pasgeboren baby’s doodde, het verwoordde: “ik wil wel hulp omdat ik weet dat ik dat nodig heb, maar ik wil geen tbs want dan kom je er nooit meer uit”.
Het aantal opleggingen is dan ook drastisch gedaald en sommige afdelingen van de in totaal 12 tbs-inrichtingen staan momenteel leeg. Er is echter ook al een burgerinitiatief om de trend tegen te gaan: het voorstel van een vader van een ontvoerd en misbruikt meisje, om bij weigering van een gedragskundig onderzoek zonder meer tbs op te leggen kreeg al meer dan 67.000 adhesiebetuigingen!
Dank aan Joke Harte voor het beschikbaar stellen van haar materiaal.