Bijeenkomst culturele criminologie mei 2010
‘Crime still pays had vrijdag 28 mei jl een zeer geanimeerde bijeenkomst rond het thema ‘culturele criminologie’, een nieuwe loot aan de stam der criminologie.
In de gelijknamige bundel (Boom 2008; red. Dina Siegel, Frank van Gemert, Frank Bovenkerk) wordt gezegd dat ‘culturele criminologie het accent legt op groepen, fenomenen en percepties, maar ook op menselijke gevoelens, angsten en fascinaties met misdaad. Het is van belang dat de eenzijdigheid van de criminologie wordt doorbroken en dat het vak nieuwe impulsen krijgt’. De culturele criminologie zet zich af tegen of wil een tegenhanger zijn van de gangbare en dominante ‘beleidsgerichte kwantitatieve onderzoekscriminologie’.
Maar een geheel nieuwe loot? René van Swaaningen, VU-alumnus en tegenwoordig hoogleraar ‘internationaal comparatieve criminologie’ aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam, memoreerde uit de historie der criminologie diverse theorieën en onderzoekslijnen die tenminste aspecten van de culturele criminologie vertoonden: de anomietheorie van Durkheim, de ‘verstehende’ sociologie van Weber, de onderzoeksbenadering van Robert Park, de grondlegger van de Chicago-school, die zijn studenten de stad instuurde om, net als hij als journalist had gedaan, de opvattingen en gewoonten (de ‘cultuur’) van de verschillende bevolkingsgroepen in kaart te brengen. De opvattingen over en de benadering van afwijkend gedrag van Goffman als een soort ‘cultureel antropoloog avant la lettre’ en de verschillende subculturele benaderingen van criminaliteit en afwijkend gedrag in het verleden die nog vele overeenkomsten vertonen met huidige opvattingen en bevindingen zoals die van Jan-Dirk de Jong over delinquente Marokkaanse jongerengroepen in Amsterdam-West.
Dina Siegel, oud-docente aan de VU en tegenwoordig hoogleraar criminologie aan de universiteit te Utrecht, betoogde daarentegen dat de culturele criminologie zich wel degelijk bezig houdt met (totaal) nieuwe onderwerpen, nieuwe, nog niet onderzochte en vaak moeilijk te onderzoeken criminele groepen en organisaties en daarbij gebruik maakt van nog niet in de criminologie gehanteerde benaderingen en onderzoeksmethoden: etnografisch en cultureel-antropologisch onderzoek bijvoorbeeld. De nadruk ligt daarbij op het verzamelen van informatie uit de eerste hand door rechtstreeks (langdurig) contact met direct-betrokkenen zoals criminelen zelf maar ook met slachtoffers en directe getuigen. Er is vaak moeilijk toegang te krijgen tot het onderzoeksveld resp. de te onderzoeken groep of organisatie, het onderzoek zelf is moeilijk door de risico’s en ethische belemmeringen die men tegenkomt bij het observeren van het onderzoeksdoel maar vooral bij het participeren in en het meedoen aan (de activiteiten van) de groep of organisatie die men onderzoekt. Ze gaf verschillende voorbeelden van eigen onderzoek bijvoorbeeld naar de ‘Russische maffia’ in Nederland en naar de (ook illegale) diamanthandel in Antwerpen om de gehanteerde methoden (gebruik van internet en skype bijvoorbeeld) maar ook om de risico’s en ethische vragen waar men bij dergelijk onderzoek tegenaan loopt, te demonstreren. Ze maakte ook heel duidelijk dat de culturele criminologie is geïnteresseerd in (criminele) mensen van vlees en bloed met hun eigen emoties en passies en hun eigen overwegingen (criminele) dingen te doen die ze doen en niet in categorieën van daders (alleen) wil denken. Dus toch op z’n minst een ‘vernieuwde’ loot!
(Met dank aan Arthur Frid voor het gebruik van zijn aantekeningen)