Het disclosure statement
Deze vraagstelling is ontwikkeld door de Projectgroep medische deskundigen in de rechtspleging van de Vrije Universiteit in samenwerking met de Interdisciplinaire Werkgroep Medische Deskundigen (IWMD). Zij is géén eindproduct, maar een studiemodel dat onderwerp is van een voortgaand debat over de kwaliteit van vraagstellingen. Ook uw reactie op onderstaande teksten wordt op prijs gesteld indien u professioneel bij expertises bent betrokken. U kunt uw reactie geven via het contactformulier.
Versie: augustus 2005
Download deze vragen zonder toelichting
Toepassingsgebied
Deze vragen zijn bedoeld om vooraf te gaan aan iedere vraagstelling voor een medische expertise, ongeacht het onderwerp. Zij hebben dus een meer algemene toepasbaarheid dan alleen bij een expertise over de gevolgen van een ongeval.
Algemene toelichting
Een 'disclosure statement' is een passage in een deskundigen-bericht waarin de deskundige aangeeft welke opleiding hij heeft genoten, wat zijn professionele ervaring is, wie zijn werkgever is, hoe vaak hij eerder deskundigenberichten heeft uitgebracht en voor welke opdrachtgever(s), wat zijn medisch-wetenschappelijke opvatting is over het letsel in de betreffende zaak, etc. In verschillende landen in het volstrekt gebruikelijk dat een deskundigenrapport een toelichting bevat op de kwalificaties van de deskundige om te rapporteren.
Het verdient aanbeveling om in de vraagstellingen voor medische expertises standaard een disclosure statement op te nemen. Het doel daarvan is tweeledig.
In de eerste plaats biedt de gevraagde verklaring een nuttig perspectief bij de beoordeling van de onderzoeksbevindingen. Bij een ingewikkelde letselschadezaak is het maar al te vaak met een eerste rapport niet afgelopen. Vaak volgt discussie over de uitkomsten daarvan en niet zelden ook nog nadere rapportage. Het disclosure statement biedt handvatten voor de waardering van een rapport die anders ontbreken.
Het tweede doel van het disclosure statement ligt op een meer algemeen niveau en betreft de keuze van de persoon van de deskundige. Bekend is het probleem van de zogenaamde witte en de zwarte lijsten. Doordat het thans niet gebruikelijk is om over de persoon van de deskundige gegevens te verschaffen, vindt het debat over de vraag wie de deskundige moet worden, plaats op een onnodig primitief niveau. Die problematiek zal het disclosure statement niet geheel kunnen oplossen, maar wel verlichten doordat informatie over de persoon van de deskundige ertoe bijdraagt dat de discussie in sterkere mate kan plaatsvinden op basis van ter zake doende argumenten.
Vraagstelling
1. Persoonlijke gegevens
a. Waar bent u werkzaam? (indien u bij meerdere organisaties werkzaam bent gaarne alle noemen)
b. Heeft u aan uw beroep gerelateerde nevenfuncties en zo ja, welke?
c. Wat kwalificeert u voor het uitbrengen van een expertiserapport in de onderhavige zaak? (Te noemen zijn met name opleiding en professionele ervaring)
d. Heeft u in het verleden reeds als expertiserend deskundige opgetreden en zo ja, hoe vaak en in wiens opdracht? (Met “in wiens opdracht” wordt bedoeld: in opdracht van de eisende partij, van de aangesproken partij of van de rechter; het is uiteraard niet nodig namen te noemen)
2. Medisch wetenschappelijke opvattingen
a. Bestaan er over het onderwerp van de expertise medisch-wetenschappelijk uiteenlopende opvattingen?
Indien uw antwoord op vraag 2a bevestigend luidt:
b. Kunt u in hoofdlijnen uiteenzetten in welk opzicht de meningen uiteenlopen (voor zover mogelijk met verwijzing naar literatuur)?
c. Welke is uw eigen opvatting?
d. Kunt u aangeven of een deskundige met een andere opvatting in het onderhavige geval tot een ander oordeel was gekomen dan waartoe u komt?
e. Als inderdaad een deskundige met een andere opvatting in het onderhavige geval tot een ander oordeel was gekomen: kunt u aangeven wat dat oordeel zou zijn geweest?
Voor een voorbeeld waarin de rechter de vragen 2a - 2e aan de deskundige heeft voorgelegd, zie Rechtbank Amsterdam 1 november 2004, LJN AR6866.