Aanbeveling procedure medisch deskundigenbericht
Deze Aanbeveling is ontwikkeld door de Projectgroep medische deskundigen in de rechtspleging van de Vrije Universiteit in samenwerking met de Interdisciplinaire Werkgroep Medische Deskundigen (IWMD). Zij is géén eindproduct, maar een studiemodel dat onderwerp is van een voortgaand debat over een optimale procedure voor medische expertises. Ook uw reactie op deze Aanbeveling wordt op prijs gesteld indien u professioneel bij expertises bent betrokken. U kunt uw reactie geven via het contactformulier.
Versie: juli 2005
Toepassingsgebied
Deze Aanbeveling is bedoeld voor expertiserend artsen die medische expertises verrichten in opdracht van de rechter in een procedure, of op gezamenlijk verzoek van partijen in een zogenaamd ‘buitengerechtelijk’ traject. Zij is vooral geschreven voor expertises die worden gevraagd in het kader van de afwikkeling van letselschades in het civiele aansprakelijkheids-recht, maar het toepassingsgebied is breder: ook bijvoorbeeld bij een claim op grond van een particuliere arbeids-ongeschiktheidspolis (AOV) of ongevallenpolis (OV), of in het kader van de sociale zekerheid is deze Aanbeveling bruikbaar (klik hier voor een overzicht van soorten expertises). In die laatste gevallen is echter het zogenaamde ‘blokkeringsrecht’ niet van toepassing. Zie over de vraag of het blokkeringsrecht van toepassing is Stap 2 van deze aanbeveling.
Algemene toelichting
Met deze Aanbeveling wordt beoogd om expertiserend artsen op concreet niveau een chronologisch stappenplan te bieden voor de werkwijze die zij het beste zouden kunnen volgen bij het verrichten van een medische expertise. Daarnaast zijn er een aantal modelbrieven opgenomen die expertiserend artsen kunnen gebruiken als basismodel in hun correspondentie met belangenbehartigers en betrokkenen.
Deze Aanbeveling is ontwikkeld omdat over de procedure die expertiserend artsen moeten volgen bij de totstandkoming van een deskundigenbericht maar weinig vaststaat. Zo is bijvoorbeeld niet duidelijk hoe deskundigen precies vorm moeten geven aan het in acht te nemen beginsel van hoor en wederhoor. Deze onduidelijkheid bestaat niet alleen voor de deskundige die door de rechter is benoemd, maar ook 'buiten rechte', dat wil zeggen wanneer niet de rechter maar partijen op gezamenlijk verzoek om een deskundigenbericht hebben gevraagd.
De aanwijzingen die rechtbanken en hoven aan deskundigen geven over de te volgen werkwijze lopen uiteen. En buiten rechte worden expertiserend artsen veelal niet of nauwelijks voorgelicht over de te volgen werkwijze.
Recentelijk is de procedure rondom de totstandkoming van het medisch deskundigenbericht bij letselschadezaken in het kader van het civiele aansprakelijkheidsrecht nog aanzienlijk ingewikkelder geworden doordat het zogenaamde blokkeringsrecht daarop van toepassing is verklaard. Dit betekent dat de betrokkene het recht heeft om als eerste de uitslag en de gevolgtrekking van een medische expertise te vernemen en desgewenst te beslissen of het rapport aan anderen mag worden toegezonden of niet. De expertiserend artsen krijgen hierdoor te maken met een eenzijdig inzagerecht, dat wil zeggen een recht dat alleen geldt voor de onderzochte persoon, terwijl zij verder in hun werkwijze steeds tegelijkertijd met beide partijen dienen te communiceren op grond van het beginsel van hoor en wederhoor.
In de praktijk bestaat daarnaast ook onduidelijkheid over de vraag of betrokkenen op grond van de Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP) en de daarop gebaseerde KNMG handleiding voor artsen inzake privacywetgeving en het omgaan met patiëntgegevens een zogeheten 'correctierecht' hebben en zo ja, hoe dit zich dan verhoudt tot het blokkeringsrecht.
I. DE ONDERZOEKSFASE (Stap 1-5)
Stap 1: Stel vast in welke juridische context uw medische expertise wordt gevraagd.
Kennis van de juridische context waarin uw expertise wordt gevraagd is om verschillende redenen van belang, waaronder de vraagstelling en de relevantie van bepaalde medische gegevens. Maar ook is kennis van deze context van belang om te weten of het blokkeringsrecht van toepassing is op de betreffende expertise en of de onderzochte persoon dus gelegenheid moet worden geboden tot uitoefening van dit recht.
Let op: met ‘juridische context’ wordt hier gedoeld op de aard van de juridische verhouding tussen de partijen die bij de expertise zijn betrokken. Dat kan bijvoorbeeld een letselschadeclaim zijn in het kader van het civiele aansprakelijkheidsrecht, maar ook een claim op grond van een particuliere arbeidsongeschiktheidspolis (AOV), een ongevallenpolis (OV) of in het kader van de sociale zekerheid (bijv. de WAO). Het gaat hier dus niet over de vraag of u door de rechter bent gevraagd dan wel door partijen. Als u niet door een rechter bent gevraagd om een expertise, maar door partijen, is sprake van een zogenaamde buitengerechtelijke expertise. Ook dan is het raadzaam om dezelfde werkwijze te volgen als wanneer u werkt op verzoek van de rechter.
U kunt de juridische context van de gevraagde expertise vaststellen met behulp van het bij deze aanbeveling behorende overzicht van soorten expertises.
Stap 2: Stel vast of het blokkeringsrecht op de door u uit te voeren expertise van toepassing is.
Het blokkeringsrecht geldt lang niet voor alle soorten expertises. Het geldt slechts voor expertises in verband met letselschade in een gerechtelijke procedure; in verband met letselschade op gezamenlijk verzoek van partijen in een buitengerechtelijk geschil (expertises in opdracht van beide partijen), ter verkrijging van een bevoegdheid (bv. rijbewijs of invalidenparkeerkaart), in verband met beoogde arbeidsverhoudingen (zowel bij een particuliere werkgever als bij een aanstelling in openbare dienst) en in verband met af te sluiten particuliere verzekeringen.
Stap 3: Stel vast of u de onderzochte persoon gelegenheid moet bieden tot uitoefening van het blokkeringsrecht.
Behoort u tot de categorie expertiserend artsen die de onderzochte persoon gelegenheid moet bieden tot uitoefening van het blokkeringsrecht? Bent u 'hulpverlener' in de zin van de WGBO en beoordeelt u de gezondheidstoestand van de betrokken persoon'?
Wat houdt het blokkeringsrecht precies in?
Het blokkeringsrecht geeft de persoon op wie het rapport betrekking heeft, het recht te beslissen of hij als eerste kennis wil nemen van de uitslag en de gevolgtrekking van het onderzoek zoals vastgelegd in het rapport (inzage). Hij heeft tevens het recht om op basis van die inzage te verhinderen dat het rapport ter kennis van anderen wordt gebracht (blokkering). Vandaar dat men ook wel spreekt van het ‘inzage- en blokkeringsrecht’. Maar meestal wordt dit recht kortweg aangeduid als het ‘blokkeringsrecht’.
Stap 4: U doet uw onderzoek.
U doet uw onderzoek zoals u gewend bent conform de maatstaven van uw beroepsgroep.
Stap 5: U schrijft het rapport in concept.
De term 'concept' is in de praktijk een gebruikelijke term. Zo hanteren de meeste rechtbanken en hoven deze term in hun instructiebladen ten behoeve van de deskundigen. Toch kan het woord 'concept' in deze context de deskundige op het verkeerde been zetten, want uiteraard dient het rapport na uw onderzoek zodanig door u te worden opgesteld dat het naar de maatstaven van uw beroepsgroep gereed is. Het woord ‘concept’ slaat hier louter en alleen op de omstandigheid dat er nog een opmerkingen en verzoeken ronde voor beide partijen komt op grond waarvan zij hun reactie op uw rapport mogen geven. Daarna dient u deze opmerkingen en verzoeken in beginsel nog in uw rapport te verwerken. Pas na verwerking hiervan is het rapport ‘definitief’ en kan het aan de rechter en aan beide partijen worden verzonden. Zie hierna bij Stap 9 voor de wijze van verwerking van de opmerkingen en verzoeken van beide partijen.
II. DE EENZIJDIGE INZAGEFASE
Uw conceptrapport is gereed. Wat nu?
Als uw conceptrapport gereed is, dient u de onderzochte persoon in de gelegenheid te stellen om gebruik te maken van zijn blokkeringsrecht. U dient er dus voor zorg te dragen dat de onderzochte persoon het rapport als eerste en enige onder ogen krijgt, teneinde te kunnen beslissen tot blokkering. U kunt uw rapport derhalve via de belangenbehartiger (advocaat of andere gemachtigde) van de onderzochte persoon aan hem toezenden. Voor de wijze waarop u dat het beste kunt doen: zie Stap 6 en de toelichting hierna.
Hoe communiceer ik met de (proces)partijen?
In een gerechtelijke procedure dient alle correspondentie via de advocaat/gemachtigde van de partijen te verlopen. Dat is een belangrijk voordeel voor de deskundige, want dat betekent dat er één aanspreekpunt is voor de deskundige en dat deze niet zelf met de betrokkene hoeft te communiceren. Op deze manier worden ongewenste discussies over de inhoud van het rapport met betrokkene zelf voorkomen. De deskundige kan dan bovendien niet zo snel in een ongewenste ‘onderhandelingssituatie’ met betrokkene geraken (denk hierbij bijvoorbeeld aan de situatie waarin u telefonisch door betrokkene wordt benaderd met het verzoek om bepaalde passages te schrappen of te veranderen).
Waar moet ik op letten bij de aanbieding van het conceptrapport aan de onderzochte persoon?
Er zijn drie belangrijke punten waar u bij de aanbieding van het conceptrapport aan de onderzochte persoon op moet letten:
1. U dient de onderzochte persoon gelegenheid te bieden tot uitoefening van het blokkeringsrecht.
2. U dient de onderzochte persoon erop te attenderen dat de inzagefase er niet is voor het maken van opmerkingen en het doen van verzoeken, maar dat beide partijen die mogelijkheid in een later stadium nog krijgen.
3. U dient de wederpartij op de hoogte te stellen van de omstandigheid dat de onderzochte persoon zich aan het beraden is over zijn blokkeringsrecht.
Zie verder onder Stap 6.
Stap 6: Aanbieden conceptrapport ter uitoefening van het blokkeringsrecht.
Brief aan belangenbehartiger onder vermelding van 'medisch geheim'
U zendt uw conceptrapport in een gesloten enveloppe onder vermelding van 'medisch geheim' (dit in verband met uw geheimhoudingsplicht zoals deze voortvloeit uit het blokkeringsrecht) toe aan de belangenbehartiger van de onderzochte persoon en verzoekt deze in een begeleidende brief uw conceptrapport door te geleiden aan de betrokkene, zodat deze het conceptrapport kan inzien om zodoende te kunnen beslissen of hij of zij gebruik wenst te maken van het blokkeringsrecht. Voor een voorbeeld van een dergelijke brief, zie modelbrief aan belangenbehartiger.
Brief aan de onderzochte persoon
In een aparte brief aan de betrokkene verzoekt u deze om via zijn belangenbehartiger binnen vier weken schriftelijk te berichten of er wel of geen gebruik wordt gemaakt van het blokkeringsrecht. Verder vermeldt u dat beide partijen in het kader van de opmerkingen en verzoekenronde in een later stadium nog gelegenheid krijgen om inhoudelijk op het rapport te reageren. De belangenbehartiger moet uw brief aan zijn cliënt (de onderzochte persoon) kunnen lezen zonder dat hij daarvoor de gesloten enveloppe hoeft te openen. U kunt daartoe een kopie ervan bij de begeleidende brief aan hem voegen (en het origineel in de gesloten enveloppe stoppen). Voor een voorbeeld van een dergelijke brief, zie modelbrief aan betrokkene.
Kopie brieven naar wederpartij
Van beide brieven zendt u een kopie aan de wederpartij. Dit houdt verband met het beginsel van hoor en wederhoor. De wederpartij is dan op de hoogte van de omstandigheid dat de betrokkene zich aan het beraden is over de uitoefening van zijn blokkeringsrecht.
Geen belangenbehartiger aanwezig
Indien de onderzochte persoon niet wordt vertegenwoordigd door een belangenbehartiger geldt vrijwel hetzelfde stappenplan als hiervoor beschreven met dien verstande dat u het conceptrapport in dit geval wél rechtstreeks aan de onderzochte persoon zendt. In uw begeleidende brief verzoekt u om binnen een bepaalde termijn te laten weten of er al dan niet gebruik wordt gemaakt van het blokkeringsrecht. Verder vermeldt u dat beide partijen in het kader van de opmerkingen en verzoekenronde in een later stadium nog gelegenheid krijgen om inhoudelijk op het rapport te reageren.
U zendt een kopie van uw brief aan de wederpartij of, indien aanwezig: diens belangenbehartiger.
Wat als u in deze eenzijdige inzagefase een reactie krijgt die iets anders inhoudt dan ‘ja’ of ‘nee’?
Hoofdregel: eventuele wijzigingen in het rapport komen pas aan de orde in de (tweezijdige) opmerkingen en verzoekenronde.
In uw brief aan de onderzochte persoon heeft u vermeld dat beide partijen in het kader van de opmerkingen en verzoeken ronde in een later stadium nog gelegenheid krijgen om inhoudelijk op het rapport te reageren. Deze opmerkingen en verzoeken ronde dient in het kader van hoor en wederhoor voor beide partijen gelijktijdig plaats te vinden.
Dit betekent dat er in het stadium van de (eenzijdige) inzagefase nog geen op- en aanmerkingen kunnen worden gemaakt, nog geen aanvullende vragen die betrekking hebben op het rapport kunnen worden gesteld en nog geen (correctie)verzoeken kunnen worden gedaan door de onderzochte persoon. Het blokkeringsrecht is namelijk geen correctierecht. Het blokkeringsrecht ziet louter op het desgewenst blokkeren van het afgeven van het rapport aan de andere procesdeelnemers. Dat is een kwestie van ja of nee.
Doet de onderzochte persoon of diens belangbehartiger toch al toch al tijdens de eenzijdige inzagefase het verzoek iets aan het rapport te wijzigen, dan legt u dit verzoek naast u neer. Mits het rapport niet wordt geblokkeerd, gaat het in ongewijzigde vorm naar de wederpartij. In de (tweezijdige) opmerkingen en verzoeken ronde kan het verzoek uiteraard wél door u in overweging worden genomen. Het is dan uiteraard vereist dat het verzoek, conform het beginsel van hoor en wederhoor, ook bekend is bij de wederpartij. U dient daar op toe te zien.
Het blokkeringsrecht geeft de onderzochte persoon dus niet het recht om al tijdens de inzagefase de deskundige eenzijdig (dus zonder dat de wederpartij hiervan op de hoogte is) te verzoeken iets aan het rapport te wijzigen. Zoals gezegd, kan de onderzochte persoon dit wel in een later stadium doen, namelijk tijdens de opmerkingen en verzoekenfase die voor beide partijen gelijktijdig plaatsvindt. Dit dient dan wel onder gelijktijdig afschrift aan de wederpartij te gebeuren.
Eventuele uitzondering: Correctieverzoek
Op deze hoofdregel geldt slechts één uitzondering. Indien er onjuistheden in de feitelijke (persoons)gegevens in het rapport zijn geslopen, zoals een foutieve naam, adresgegevens e.d. die buiten alle redelijke twijfel een verschrijving uwerzijds zijn, kan de betrokkene dit tijdens de inzagefase al wel schriftelijk laten weten. U mag een dergelijk verzoek honoreren en uw rapport dienovereenkomstig aanpassen. Klik hier voor voorbeelden van correctieverzoeken.
Maar let op: de wederpartij moet wél op de hoogte worden gebracht
Let wel: het correctieverzoek in de eenzijdige inzagefase is geen eenzijdige correctiemogelijkheid voor de onderzochte persoon. Vanwege het beginsel van hoor en wederhoor moet het voor de wederpartij transparant en verifieerbaar zijn welke correctieverzoeken de onderzochte persoon doet. De onderzochte persoon dient dit verzoek dus te doen onder gelijktijdig afschrift aan de wederpartij, conform het beginsel van hoor en wederhoor. U dient als deskundige na te gaan of de wederpartij een kopie hiervan heeft ontvangen. Als in de correspondentie van een advocaat is aangegeven dat er een afschrift c.q. kopie naar de wederpartij is verzonden, mag u daar op vertrouwen. Als u dit nergens in de correspondentie terug kunt vinden, kunt u zelf een kopie van de brief aan de wederpartij toezenden.
III. DE BLOKKERINGSFASE
Stap 7: Het rapport wordt geblokkeerd. Wat zijn de gevolgen hiervan?
Als de onderzochte persoon gebruikt maakt van het blokkeringsrecht dan zitten uw werkzaamheden erop. U mag het rapport dan aan niemand anders toezenden. U kunt uw declaratie indienen bij de rechter of, buiten rechte bij één der partijen; deze zal dan in beginsel worden afgewikkeld.
Blokkering kan uiteraard juridische consequenties voor de betrokkene hebben. Uitoefening van het blokkeringsrecht wordt namelijk gezien als een weigering om mee te werken aan een deskundigenonderzoek, terwijl partijen hiertoe op grond van de wet verplicht zijn. De rechter mag hieraan conclusies verbinden. Dat betekent dat de betrokkene in bewijsnood kan komen te verkeren of in het uiterste geval zelfs zijn claim verliest.
IV. DE OPMERKINGEN EN VERZOEKENFASE
Stap 8: Het rapport wordt niet geblokkeerd. Hoe nu verder?
U ontvangt schriftelijk bericht van de belangenbehartiger dat de onderzochte persoon geen gebruik maakt van zijn blokkeringsrecht en dat het rapport dus aan de wederpartij mag worden opgestuurd. Hiermee komt een eind aan de eenzijdige inzagefase en begint de (tweezijdige) opmerkingen en verzoekenfase.
U stuurt uw conceptrapportage dan aan de wederpartij toe en geeft beide partijen de gelegenheid tot het maken van opmerkingen en het doen van verzoeken. U kunt dit het beste schriftelijk doen.
Het verdient aanbeveling om in uw rapport op te nemen dat betrokkene is gewezen op zijn blokkeringsrecht, maar daar na inzage geen gebruik van wenste te maken.
Stap 9: Hoe verwerkt u de ontvangen opmerkingen en verzoeken van beide partijen?
Om het gehele traject van de totstandkoming van het deskundigenrapport - van conceptrapport tot het uiteindelijke rapport dat aan de rechter wordt voorgelegd - voor beide partijen en ook voor de rechter inzichtelijk te maken, verdient het aanbeveling om de opmerkingen en verzoeken van beide partijen afzonderlijk als bijlage bij uw conceptrapport aan te hechten. Deze werkwijze verhoogt ook de bruikbaarheid van uwe rapport in een latere fase of nieuwe procedure. In dat geval kunnen alle betrokkenen immers eenvoudiger de verschillende fases in het rapport ‘teruglezen’.
Ook uw inhoudelijke reactie op de opmerkingen en verzoeken zou u - indien dit praktisch uitvoerbaar is - als aparte bijlage aan het conceptrapport kunnen hechten, of aan het rapport toevoegen als laatste paragraaf. Indien dat niet praktisch is, is het wel wenselijk dat op andere wijze uit het definitieve rapport kenbaar is wat u waar in het rapport heeft veranderd naar aanleiding van de ontvangen opmerkingen en verzoeken. Dit kan het ‘gebruiksgemak’ van uw rapport aanzienlijk verhogen.
V. AFRONDING
Stap 10: U zendt het definitieve rapport met bijlagen aan de rechter die u heeft benoemd.
Veel gestelde vragen:
- Op welke soorten expertises is het inzage- en blokkeringsrecht van toepassing?
- Wat houdt het beginsel van hoor en wederhoor in?
- Wat houdt de opmerkingen en verzoeken ronde in?
- Op welke opmerkingen en verzoeken van partijen moet ik reageren?
- Wat houdt het correctierecht in?
- Voorbeelden van correctieverzoeken
- Ik ontvang toch al opmerkingen en verzoeken tijdens de inzagefase. Wat nu?