Leergang Strafrechtelijk bewijsrecht
| Deze Leergang Strafrechtelijk bewijsrecht is gelijk aan de Profileringscursus Strafrecht (van het Willem Pompe Instituut)**. Belangrijk voor het lidmaatschap van de NVSA! |
Wanneer een verdachte strafrechtelijk wordt vervolgd, is de bewijsvraag vaak een belangrijke vraag die moet worden beantwoord. Immers, alleen als de rechter het bewezen acht dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, zal hij tot een veroordeling kunnen komen. De rechter is hierbij gebonden aan wettelijke en jurisprudentiële rechtsregels. Het is van groot belang dat ook de raadsman van deze regels op de hoogte is, zodat hij een goed onderbouwd verweer kan voeren ter ondersteuning van zijn cliënt. Deze leergang is voor advocaten belangrijk omdat hierin wordt ingegaan op het voeren van effectieve verweren.
De bewijsrechtelijke regels zijn tevens relevant voor de opsporende en vervolgende autoriteiten. Het openbaar ministerie en de politie kunnen, bij gebrek aan bewijs, een zaak seponeren of bij voldoende bewijs vervolgen. Een onjuiste perceptie van het bewijsrecht kan leiden tot onterechte vervolgingen of sepots. Belangrijk is bovendien het gegeven dat de rechter in zijn vonnis expliciet in moet gaan op goed onderbouwde verweren. De relevantie van het bewijsrecht blijkt nog sterker door de uiterste consequenties van onjuiste toepassing van het bewijsrecht door de zittingsrechter: de veroordeling en bestraffing van een onschuldige verdachte.
Het juridische kader van strafrechtelijk bewijsrecht
Het strafrechtelijke bewijsrecht is een onderdeel van het strafprocesrecht. De kern van het strafrechtelijke bewijsrecht wordt gevormd door de artikelen 338-334a Sv. Hierin is in het bijzonder geregeld welke bewijsmiddelen de rechter aan zijn bewijsbeslissing ten grondslag mag leggen en hoeveel bewijsmiddelen minimaal vereist zijn voor een bewezenverklaring. De wet stelt in de artikelen 359, 359a en 360 Sv ook eisen aan de bewijsmotivering. Voor een belangrijk deel zijn bewijsregels echter jurisprudentiële regels. De wet zwijgt bijvoorbeeld over de vraag of schakelbewijs in bewijsmotiveringen mag worden gebruikt en over de toelaatbaarheid als bewijsmiddel van verklaringen van niet door de verdediging ondervraagde getuigen.
De relevante jurisprudentie is niet alleen gebaseerd op het Wetboek van Strafvordering, maar ook op verdragen. In het bijzonder speelt artikel 6 EVRM een belangrijke rol bij bepaalde aspecten van het bewijsrecht. Het bewijsrecht is ten slotte ook gerelateerd aan delictsomschrijvingen uit het materiële strafrecht. Deze bepalen immers in belangrijke mate de inhoud van de tenlastelegging, die als grondslag voor de bewijsbeslissing geldt.
Doel
De leergang Strafrechtelijk bewijsrecht stelt zich primair ten doel om juridische kennis van het strafrechtelijke bewijsrecht als compleet leerstuk over te dragen. Ook niet-juridische kennis is vaak van groot belang voor de praktijk van het strafrechtelijke bewijsrecht. Daarom komt ook forensische expertise aan de orde en wordt aandacht besteed aan de vaardigheid van het bestuderen en beoordelen van het bewijsmateriaal vanuit het perspectief van de advocaat.
Na afronding van de leergang zijn de cursisten in staat bewijsrechtelijke problemen zelfstandig te analyseren en de relevante juridische regels uit de wet en de jurisprudentie te selecteren en toe te passen, en kunnen ze dat vertalen in het voeren van effectieve verweren.
De leergang staat onderleiding van prof. mr. M.J. Borgers, hoogleraar straf(proces)recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof Amsterdam.

Opzet van de leergang
De leergang bestaat uit negen colleges van ieder drie college uur. Ieder college behandelt een specifiek aspect van het strafrechtelijke bewijsrecht. Ter voorbereiding van het college wordt literatuur opgegeven. De docent zal het onderwerp van het college in de vorm van een interactief hoorcollege behandelen. Daarbij zullen ook actuele ontwikkelingen worden besproken. Om de toepassing van de bewijsrechtelijke regels inzichtelijk te maken, zal veelvuldig gebruik worden gemaakt van casusposities. Van de deelnemers wordt verwacht dat zij actief participeren in de discussie en de casusposities voorbereiden.
Tijdens de leergang dienen negen huiswerkopdrachten gemaakt te worden (1 opdracht per college), de uitwerkingen worden beoordeeld met een voldoende of onvoldoende (dus geen cijfer). U mag hooguit twee keer een onvoldoende halen (of twee keer niet inleveren). Geen herkansing, ook niet bij 3 of meer onvoldoendes. U ontvangt een diploma na voldaan te hebben aan het inleveren van het huiswerk.
De volgende onderwerpen worden behandeld:
- De bewijsvraag; bewijsmiddelen; gegevens van algemene bekendheid
- Selectie en waardering van bewijsmateriaal; bewijsminimumregels; schakelbewijs; rechterlijke overtuiging
- Verklaringen van verdachten; verklaringen en rapporten van deskundigen
- Verklaringen van getuigen
- Forensische expertise
- Bewijsmotivering; onrechtmatig verkregen bewijs
- Herziening van vonnissen en arresten
- Bewijs van bijzondere bestanddelen
- Bestudering van bewijsmateriaal; processtrategie
Docenten
De leergang Strafrechtelijk bewijsrecht wordt verzorgd door de volgende docenten:
Mr. D.J.C. Aben, Advocaat- generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
Prof. mr. M.J. Borgers, hoogleraar straf(proces)recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof Amsterdam.
Prof. dr. A.P.A. Broeders, hoogleraar Criminalistiek aan de Universiteit Leiden en de Universiteit Maastricht en wetenschappelijk directeur van The Maastricht Forensic Institute
Dr. mr. D.V.A. Brouwer, advocaat CMS Derks Star Busmann
Dr. mr. M.J.A. Duker, universitair hoofddocent strafrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam; auteur van 'commentaar op de herzieningsregeling in Melai/Groenhuijsen, Wetboek van Strafvordering, losbladig commentaar'.
Prof. mr. J.W. Fokkens, Procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage.
Mw. dr. mr. P.T.C. van Kampen, advocaat bij Simmons & Simmons te Rotterdam; gepromoveerd op het proefschrift Expert evidence compared
Dr. mr. N. Rozemond, universitair hoofddocent strafrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Amsterdam; auteur van het boek "De methode van het materiële strafrecht"
Mr. B. de Wilde, docent strafrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam; auteur van artikelen over bewijsminimumregels en schakelbewijs, hij bereidt een proefschrift voor over het recht getuigen te ondervragen
"De sectie strafrecht van de VU heeft met veel enthousiasme de nieuwe leergang Strafrechtelijk bewijsrecht ontwikkeld. In de dagelijkse praktijk van het strafrecht is bewijsrecht een zeer ![]() belangrijk onderwerp dat continu in beweging is door ontwikkelingen in rechtspraak en wetgeving. In de leergang wordt het thema bewijs langs verschillende lijnen en met veel oog voor de strafrechtspraktijk uitgediept. De docenten hebben niet alleen hun sporen verdiend op wetenschappelijk terrein, maar hebben ook veel ervaring in de praktijk. Zij zijn ervan overtuigd dat de leergang de blik van de deelnemers op het bewijsrecht zal verruimen en dat alle verworven kennis goed zal kunnen worden ingezet bij het dagelijkse werk”. Docent leergang Strafrechtelijk bewijsrecht, prof. mr. Matthias Borgers (hoogleraar straf(proces)recht VU Amsterdam en raadsheer-plaatsvervanger gerechtshof Amsterdam. |
Doelgroep
De leergang richt zich op advocaten en juristen die werkzaam zijn in de praktijk van het strafrecht.
Nederlandse Vereniging van Strafrecht Advocaten
Deze Leergang Strafrechtelijk bewijsrecht (voorjaar 2012) is gelijkgesteld aan de Profileringscursus Strafrecht (van het Willem Pompe Instituut), deze cursus is noodzakelijk om de Specialisatiecursus Strafrecht te volgen. Dit is één van de voorwaarden om lid te kunnen worden van de Nederlandse Vereniging van Strafrecht Advocaten. Zie voor verdere voorwaarden: www.nvsa.nl
Start van de leergang, omvang, opleidingspunten en prijs
Aanvang leergang: 6 maart 2012 van 16.00 - 19.45 uur (ontvangst 15.30 - 16.00 uur) De leergang bestaat uit 9 colleges van drie uren. Gerekend moet worden op een voorbereidingstijd van gemiddeld 3 - 5 uur per week, exclusief voorbereidingen voor het examen. De Nederlandse Orde van Advocaten kent 27 opleidingspunten toe aan deze leergang. De prijs van de leergang (in 2012) bedraagt € 2.790,- (geen btw/inclusief cursusmateriaal, consumpties en examengeld).
Cursusdata (onder voorbehoud)
Dinsdag 6, 13, 20, 27 maart, 3, 10, 17, 24 april, 8 mei 2012.
Meer weten over de leergang Strafrechtelijk bewijsrecht?
Download onderstaand PDF-documenten of informeer verder bij de VU Law Academy, (020) 598 6255.
Download aanmeldingsformulier leergang Strafrechtelijk bewijsrecht (voorjaar 2012)
Download brochure leergang Strafrechtelijk bewijsrecht (voorjaar 2012)
Download planning leergang Strafrechtelijk bewijsrecht (voorjaar 2012)
** Toekomstige leergangen zijn niet gelijk aan de profileringscursus Strafrecht van het Willem Pompe Instituut. Ook de Leergang Strafrechtelijk Bewijsrecht voorjaar 2010 is niet gelijk aan de profileringscursus.


