Volgens het Evaluatieplan worden alle vakken minimaal eens per 3 jaar in de evaluatieplanning opgenomen. Hiervan wordt afgeweken als bijvoorbeeld het vak van docent of van inhoud verandert of een nieuwe werkvorm wordt geïntroduceerd. Nieuwe vakken worden altijd direct geëvalueerd. Vakken met een evaluatieresultaat dat niet aan de streefcijfers voldoet worden het jaar daarop opnieuw geëvalueerd om na te kunnen gaan of de afgesproken kwaliteitsverbeteringen het gewenste effect hebben gehad. Hieruit blijkt duidelijk het cyclische karakter van evaluaties: de feitelijke meting van de onderwijskwaliteit wordt gevolgd door maatregelen die de kwaliteit ook daadwerkelijk moeten verbeteren. Van die verbetermaatregelen wordt door Bureau Onderwijs ten behoeve van de opleidingbesturen een apart dossier bijgehouden zodat er effectieve controle kan plaatsvinden over de ingezette aanpassingen in het vak.

Vakevaluaties worden momenteel vooral schriftelijk afgenomen, maar bij wijze van uitzondering ook digitaal. Schriftelijke evaluaties worden na afloop van een tentamen of (in het geval dat er geen tentamen is) tijdens het laatste college van het betreffende vak afgenomen. De evaluatieformulieren zijn door het Onderwijscentrum VU (ONDVU) ontwikkeld en afgestemd op de gehanteerde onderwijsvorm(en). In deze formulieren komen aspecten als didactische kwaliteiten docenten, kwaliteit onderwijsmateriaal, inhoudelijke aspecten van de cursus, kwaliteit tentamen, studielast en onderwijsvorm aan bod. De verschillende aspecten/vragen worden door de studenten gewaardeerd met een cijfer op een schaal van 1,0 tot 5,0. Er wordt gestreefd naar een beoordeling van ten minste 3,75 op alle aspecten.

Een bijzondere vorm van de vakevaluaties is de evaluatie van stages en scripties, die met ingang van het studiejaar 2010-2011 tegelijk met de nieuwe scriptiehandleiding is geïntroduceerd. Ook hiervoor wordt een speciaal door het ONDVU ontwikkeld evaluatieformulier gebruikt. Bij deze evaluaties wordt in het algemeen gestreefd naar waarderingen die niet significant negatief afwijken van de gemiddelde scores van de faculteit en de instelling. Voor het onderdeel begeleiding geldt een streefnorm van ten minste 4,0 (uit 5,0).

© Copyright Vrije Universiteit Amsterdam
Column van de decaan
Poll
Ga jij voortaan op zondag studeren op de VU?

Ja! Ik kan me op de VU beter concentreren dan thuis.
Nee, de zondagsrust is belangrijk voor mij.
Nee, dan lig ik brak in mijn bed.
Goh, kan dat dan?

spamfuik@vu.nl