Scriptiehandleiding
Handleiding masterscriptie Rechtsgeleerdheid en Notarieel Recht
Download hier de volledige handleiding, inclusief bijlagen.
1. Inleiding
2. Doel van de scriptie
3. Voorwaarden en mogelijke vrijstellingen
4. Een eerste oriëntatie
5. Scriptiecoördinator
6. De scriptiebegeleiding
7. Scriptieovereenkomst en scriptieplan
8. Eisen omvang en lay out
9. Beoordeling van de scriptie
10. Plagiaat en Safe Assign
11. (Digitaal) inleveren scriptie
12. Evaluatie
1. Inleiding
De masterscriptie is het afsluitende meesterstuk van de masteropleiding. Het is een verslag van een onderzoek dat u als student zelfstandig heeft uitgevoerd, passend in het kader van uw opleiding. Veel studenten ervaren het schrijven van een scriptie als het meest interessante onderdeel van de opleiding, maar tegelijkertijd ook als erg lastig. De uitleg die u hier vindt, is bedoeld om u te assisteren tijdens het proces van schrijven en om duidelijkheid te geven over hoe u dit ‘meesterstuk’ succesvol kunt volbrengen.
Studenten doen er verstandig aan alle hoofdstukken van deze handleiding eerst goed te lezen. Daarna kunt u, gedurende het schrijfproces, de verschillende onderwerpen nogmaals raadplegen, afhankelijk van de fase waarin u zit.
Goede schriftelijke (uitdrukkings)vaardigheden zijn voor een jurist onontbeerlijk. De geschreven taal is immers uw werkinstrument. Toekomstige werkgevers willen soms een scriptie inzien om daarmee een beeld te krijgen van hoe een sollicitant deze vaardigheid beheerst. De scriptie biedt u de mogelijkheid om u hierin te profileren. Neemt u daarom het schrijven van een scriptie niet te lichtvaardig op.
< naar boven
2. Doel van de scriptie
Het doel van de scriptie is ten eerste dat u laat zien de in de opleiding verworven kennis, inzichten en vaardigheden te kunnen toepassen zoals omschreven in de eindtermen van de opleiding. Dit betekent in elk geval dat u in staat moet zijn om zelfstandig een probleemstelling te formuleren, relevant bronnenmateriaal en/of data op te sporen, deze kritisch te analyseren en te interpreteren, conclusies te trekken, te evalueren en eventuele aanbevelingen en suggesties te doen voor verder onderzoek. De eindtermen zijn te vinden in de Onderwijs- en Examenregeling van de betreffende opleiding.
Een tweede doel van de scriptie is het verkrijgen van diepgaande en specialistische kennis van, en inzicht in, een deelgebied van het recht. Hiervoor moet u een juridisch onderzoek verrichten volgens de in de discipline geldende onderzoeksmethodes. Vervolgens dient u de resultaten en de uitkomst te presenteren in een helder en consistent betoog, waarbij u laat zien dat u een eigen visie kunt formuleren.
< naar boven
3. Voorwaarden om te starten en mogelijke vrijstellingen
Het is pas mogelijk om daadwerkelijk aan uw scriptie te beginnen wanneer u uw bacheloropleiding heeft afgerond. Eerder is het niet mogelijk om begeleiding te ontvangen. Oriënteren kan natuurlijk al in een eerder stadium.
Het is in principe niet mogelijk om vrijstelling te verkrijgen voor (een deel van) de masterscriptie, wanneer u in het kader van een andere opleiding al een scriptie heeft geschreven. Ook een (publicabel) artikel leidt in de regel niet tot vrijstelling van de scriptie. U kunt hierover eventueel in overleg treden met uw scriptiebegeleider of -coördinator. Verzoeken om vrijstelling moeten worden gericht aan de Examencommissie die daarover, na overleg met uw scriptiebegeleider of - coördinator, beslist.
Indien u samen met een andere student een scriptie wilt schrijven, is dat alleen mogelijk als duidelijk zichtbaar is welke bijdrage u afzonderlijk heeft geleverd. De individuele bijdrage dient aan de eisen van een masterscriptie te voldoen. Ook hierover dient u eerst in overleg te treden met de scriptiecoördinator van uw opleiding of afstudeerrichting.
< naar boven
4. Een eerste oriëntatie
U kunt nooit te vroeg beginnen met u te oriënteren op mogelijke scriptieonderwerpen. Wellicht zijn er gedurende uw studie onderwerpen behandeld die u extra boeiend vond. Deze onderwerpen bieden een goed uitgangspunt om te komen tot een interessant onderwerp. Kiest u vooral een onderwerp dat u zelf erg interessant vindt. Het schrijven van een scriptie kan een moeizame klus zijn; een boeiend onderwerp maakt het makkelijker. Het onderwerp van uw keuze moet inhoudelijk verwant zijn met de opleiding in het algemeen en, voor zover van toepassing, met de gekozen afstudeerrichting in het bijzonder.
Indien u in meerdere afstudeerrichtingen wilt afstuderen, kunt u een gecombineerde scriptie schrijven, waarbij aan beide specialisaties inhoudelijk aandacht wordt besteed. U kunt uw voornemen aangeven tijdens het voorgesprek met de scriptiecoördinator (zie onder).
Indien u meerdere opleidingen volgt, kunt u ook een gecombineerde scriptie schrijven. Deze gecombineerde scriptie moet substantieel en geïntegreerd aandacht schenken aan beide wetenschapsgebieden. De scriptiecoördinatoren van beide opleidingen moeten hiervoor hun toestemming verlenen.
< naar boven
5. Scriptiecoördinator
U meldt zich aan bij de coördinator van uw masteropleiding of afstudeerrichting met een voorlopige onderzoeksopzet (bijvoorbeeld door de opzet te mailen, zie voor adressen hieronder). U omschrijft kort (niet meer dan een à twee A4) hoe u tot het onderwerp bent gekomen, welke probleemstelling u voor ogen heeft, welke onderzoeksmethode u wilt toepassen en een eerste lijst met geraadpleegde literatuur of rechtspraak.
Als u twijfelt tussen verschillende onderwerpen of nog niet goed weet welke (rechtswetenschappelijke) onderzoeksmethode u wilt toepassen, maakt u dan toch een eerste voorlopige onderzoeksopzet en eventueel meerdere versies daarvan. Zonder een eerste opzet is het niet mogelijk de scriptiecoördinator te benaderen; het zelfstandig uiteenzetten van uw ideeën is een eerste vereiste van de masterscriptie en bevordert daarnaast dat u uiteindelijk een onderwerp kiest dat u zelf interessant vindt.
Het is verplicht om uw opzet eerst aan de scriptiecoördinator voor te leggen. Samen met de coördinator bekijkt u vervolgens wie een geschikte scriptiebegeleider kan zijn. De coördinator stelt in samenspraak met de begeleider een tweede beoordelaar vast. Met uw scriptiebegeleider gaat u vervolgens verder met uw scriptie. De scriptiecoördinator benadert u alleen nog gedurende het schrijfproces wanneer u niet tot goede afstemming komt met uw scriptiebegeleider.
De facultaire scriptiecoördinatoren zijn:
Master Rechtsgeleerdheid- Transnational Legal Studies: prof. dr. J.W. Sap
- Internet, intellectuele eigendom en ICT: prof. mr. A.R. Lodder
- Privaatrecht: mr. K. Blankman
- Staats- en bestuursrecht: prof. mr. J. Struiksma
- Strafrecht: mr. dr. M.J.A. Duker
- Notarieel recht: mw. mr. F.A. Groote Wassink
- Ondernemingsrecht aan de Zuidas: mr.dr. R. Mellenbergh
- Fiscaal recht: mw. mr. A.G.M. Bout-Van Dijk
- International Business Law: mr. dr. H.M.G. Denters
- Law and Politics of International Security: prof. mr. W.G. Werner
- International Crimes and Criminology: mw. drs. J.A.M. Stuifbergen MSc
- Criminologie: mw. drs. J.A.M. Stuifbergen MSc
6. Scriptiebegeleiding
Tijdens het schrijven van uw scriptie heeft u recht op begeleiding vanuit de faculteit. De begeleider wordt in samenspraak met u door de scriptiecoördinator aangewezen. De scriptiebegeleider biedt onder meer begeleiding bij de keuze en afbakening van het onderwerp, bespreekt de voortgang, beoordeelt samen met de tweede beoordelaar de eindversie en motiveert de beoordeling in het eindgesprek.
Tijdens het werken aan uw scriptie zult u meerdere keren contact onderhouden met de begeleider. De frequentie hiervan zal van geval tot geval verschillen. U kunt in principe met al uw vragen bij de begeleider terecht. De begeleider zal zelf aangeven wanneer van u verwacht mag worden dat u zelf het probleem oplost.
De scriptiebegeleider beoordeelt de tussentijdse deelproducten en geeft schriftelijke aanwijzingen voor het herschrijven van onvoldoende of voor verbetering vatbare onderdelen. Tijdens een beoordelingsgesprek geeft de begeleider toelichting en adviseert hij u over vervolgactiviteiten. Bereidt u goed voor op deze gesprekken om zo effectief mogelijk te laten verlopen.
Als de begeleider gedurende de scriptieperiode (deels) niet beschikbaar is, zal hij u hierover tijdig informeren en in overleg een alternatief bieden.
Het is mogelijk dat u een externe, niet aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid verbonden, begeleider verkiest. De examencommissie dient hiervoor toestemming te geven. Toestemming wordt in beginsel altijd verleend wanneer deze externe begeleider een aanstelling heeft aan een zusterfaculteit. De externe begeleider kan alleen optreden onder verantwoordelijkheid van een facultaire begeleider. U kunt dit met de scriptiecoördinator overleggen.
Elke scriptie wordt door twee daartoe aangewezen personen beoordeeld: de scriptiebegeleider en een tweede beoordelaar. De scriptiecoördinator wijst in overleg met de begeleider een tweede beoordelaar aan. De begeleider en de tweede beoordelaar komen gezamenlijk tot een eindoordeel over uw scriptie. Het cijfer is dus altijd in samenspraak tot stand gekomen. Bij een meningsverschil tussen de twee beoordelaars beslist de Examencommissie. De Examencommissie kan daarvoor een derde beoordelaar inschakelen. De criteria op grond waarvan de masterscriptie zal worden beoordeeld, vindt u onder beoordeling.
Wanneer u besluit om voor twee afstudeerrichtingen of opleidingen een gecombineerde scriptie te schrijven, krijgt u van iedere richting of opleiding een begeleider toegewezen. In dat geval zal er niet nog een andere, tweede beoordelaar optreden. Beide begeleiders stellen het cijfer vast.
Wanneer u problemen ondervindt met uw begeleider, kunt u zich in eerste instantie wenden tot de scriptiecoördinator van uw opleiding. Wanneer er naar uw oordeel geen redelijke oplossing wordt geboden, kunt u zich wenden tot (de ambtelijk secretaris van) de examencommissie.
< naar boven
7. Scriptieovereenkomst en scriptieplan
Voorafgaand aan het schrijfproces maakt u met de scriptiebegeleider een aantal afspraken, zoals over de taal waarin u de scriptie schrijft, het onderwerp, hoeveel begeleidingsgesprekken u mag verwachten en hoe vaak u een concept mag inleveren ter beoordeling. Ook legt u samen een aantal deadlines vast, zoals de datum waarop u een scriptieplan dient te overleggen, de verwachte einddatum van uw scriptie en de termijn die de docent nodig heeft om uw scriptie te beoordelen. Doel van deze overeenkomst is om duidelijke afspraken te maken over wat van beide partijen verwacht wordt, zowel van u als student als van de begeleiding. Zowel u als uw begeleider ondertekenen de schriftelijke afspraken.
Wanneer u weet waarover u uw scriptie wilt schrijven, stelt u een scriptieplan op. In dit scriptieplan is opgenomen:
- het onderwerp;
- de probleemstelling;
- een voorlopige hoofdstukindeling;
- een voorlopige literatuurlijst;
- een planning met een volgorde van activiteiten;
- een tijdpad van deze activiteiten.
- een concretisering van de probleemstelling in een aantal subvragen;
- de aanpak van de gegevensverzameling of onderzoeksmethode;
- de voorlopige titel.
U omschrijft kort de aanleiding waarom u voor dit onderwerp heeft gekozen en geeft de probleemstelling. Vervolgens maakt u een voorlopige hoofdstukindeling, een lijst van mogelijke literatuur en een tijdpad van de geplande activiteiten. Uw scriptieplan wordt beoordeeld door zowel uw scriptiebegeleider als door de tweede beoordelaar.
< naar boven
8. Omvang en lay out
De omvang van de scriptie is afhankelijk van uw opleiding of de combinatie van opleidingen en afstudeerrichtingen. De Onderwijs- en Examenregeling geeft hierover uitsluitsel. In de regel geldt:
Rechtsgeleerdheid en Notarieel recht
Een scriptie voor een afstudeerrichting: 12 ec
Een gecombineerde scriptie: 18 ec
Overig
Master International Business Law: 12 ec
Master Ondernemingsrecht aan de Zuidas: 12 ec
Master International Crimes and Criminology: 18 ec
Master Law and Politics of International Security: 18 ec
Een scriptie van 12 ec omvat tussen de 12.000 en 20.000 woorden (exclusief bijlagen). Een scriptie van 18 ec omvat tussen de 18.000 en 26.000 woorden (exclusief bijlagen). Indien de aard van de scriptie dit toelaat, kan van deze norm worden afgeweken. Overlegt u dit altijd eerst met uw begeleider.
Daarnaast gebruikt u een gangbaar lettertype, zoals Times New Roman 11 of 12 pt, of Arial 10 of 11 pt (of vergelijkbaar) en met een regelafstand van 1,15. Houdt u een ruime zijmarge aan, zodat de scriptiebegeleider en de tweede beoordelaar ruimte hebben om aantekeningen te maken.
U dient uw scriptie in het Nederlands of in het Engels te schrijven. Alleen in overleg met uw begeleider mag u uw scriptie in een andere (moderne) taal schrijven.
< naar boven
9. Beoordeling van de scriptie
Uw scriptie wordt beoordeeld aan de hand van tien criteria:
1. Probleemstelling
2. Methodologische verantwoording
3. Heldere conclusie en structuur
4. Academisch niveau
5. Kwaliteit argumentatie
6. Creatief gehalte
7. Bronnengebruik
8. Taalgebruik
9. Vormgeving
10. Zelfstandigheid
Een uitgebreide omschrijving van wat onder de verschillende criteria wordt verstaan, vindt u op de pagina Beoordeling.
In een afsluitend gesprek deelt de scriptiebegeleider u uw eindcijfer mee en motiveert aan de hand van de gestelde criteria op het beoordelingsformulier hoe hij en de tweede beoordelaar tot het eindcijfer zijn gekomen. Wanneer u een gecombineerde scriptie heeft voltooid, zal ook de tweede begeleider aanwezig zijn bij dit gesprek. Het beoordelingsformulier wordt opgenomen in uw studentendossier, zelf ontvangt u een kopie van de begeleider.
Pas als het definitieve cijfer van uw scriptie bekend is, kunt u uw bul aanvragen. Let op: een voldoende verklaring mag niet worden geaccepteerd door de medewerkers vande Student Service Desk!
< naar boven
10. Plagiaat en plagiaatcheck
Het is niet toegestaan om passages uit het werk van anderen over te nemen of te parafraseren zonder een volledige en correcte bronvermelding. Wanneer u verzuimt een bron te vermelden en doet voorkomen alsof het om uw eigen inbreng gaat, is er sprake van plagiaat. Uw scriptiebegeleider kan in dat geval besluiten de examencommissie in te schakelen, die u een sanctie kan opleggen. U dient dus altijd zorgvuldig om te gaan met het werk van anderen bij het schrijven van uw scriptie. Voor de volledige omschrijving wat wordt verstaan onder fraude en plagiaat en de procedure bij overtredingen, kunt u het Examenreglement raadplegen. Een juiste wijze van citeren vindt u in de publicatie ‘Leidraad voor juridische auteurs’ van Kluwer.
Uw eindscriptie wordt gecheckt op plagiaat middels de Safe Assign module in Blackboard. In Blackboard vindt u per opleiding of afstudeerrichting de module ‘masterscriptie’. U kunt hier de finale versie van uw scriptie uploaden nadat u zich voor de cursus heeft geregistreerd. Let op: u kunt maar eenmaal uw scriptie uploaden. Zorgt u er dus voor dat het om de juiste versie gaat. Overlegt u voor de zekerheid eerst met uw begeleider.
< naar boven
11. (Digitaal) inleveren scriptie
Bij de scriptiebegeleider levert u twee ingebonden kopieën van uw scriptie in. De begeleider zal ten minste een jaar uw scriptie bewaren. Daarnaast dient u uw scriptie digitaal in te leveren bij de digitale scriptiedatabank van de universiteit Scripties Online. In Scripties Online wordt u gevraagd een aantal gegeven in te vullen, zoals de begeleider(s), de titel van uw scriptie, de Engelse titel indien uw originele titel Nederlandstalig is en een samenvatting van de inhoud. Daarna kunt u uw scriptie als pdf bestand uploaden. Het bestand mag niet groter zijn dan 5 MB. In de handleiding Scripties Online vindt u een uitgebreide uitleg.
Voordat uw eindcijfer wordt verwerkt, moet u uw scriptie digitaal hebben ingeleverd. Het beste kunt u uw scriptie uploaden in Scripties Online zodra uw eindcijfer bekend is en u het eindbeoordelingsgesprek heeft gehad. Dit voorkomt vertraging bij uw bulaanvraag. Na het uploaden is uw scriptie nog niet openbaar. De Student Service Desk controleert eerst of alle gegevens correct zijn ingevuld en zal pas daarna de scriptie openbaar maken.
Indien u een scriptie heeft geschreven met vertrouwelijke informatie, zal uw scriptie niet volledig openbaar worden gemaakt. Alleen de titel en de samenvatting zijn in dat geval door bezoekers te raadplegen. U dient uw scriptie wel te uploaden in de digitale databank. Op het beoordelingsformulier zal de begeleider aangeven dat het om een vertrouwelijke scriptie gaat. Overleg dit goed met uw begeleider zodat hier geen misverstanden over kunnen bestaan.
< naar boven
12. Scriptie-evaluatie
U wordt verzocht een evaluatieformulier in te vullen waarin u kunt aangeven hoe u het schrijven van de Masterscriptie en de begeleiding heeft ervaren. Het evaluatieformulier kunt u inleveren bij de Student Service Desk tijdens uw bulaanvraag. Wij raden u aan om het evaluatieformulier te downloaden en in te vullen zodra u uw eindbeoordelingsgesprek heeft gehad. Dit voorkomt dat u het formulier alsnog moet invullen op de Student Service Desk tijdens uw bulaanvraag. De resultaten van deze evaluatie worden gebruikt om alles wat te maken heeft met het schrijven van een scriptie en de beoordeling daarvan verder te verbeteren.
< naar boven
