Sessie 1

Mr. dr. Geeske Ruitenberg

Internationale kinderontvoering: ontvoerende vaders en huilende moeders?

Ieder jaar worden 'enkele schoolklassen kinderen' door een van hun ouders vanuit of naar Nederland ontvoerd. Welke internationale en nationale wettelijke regelingen zijn daarop eigenlijk van toepassing? Hoe verloopt de procedure als kinderen naar Nederland zijn ontvoerd? Zijn ontvoerders vaker vaders dan moeders? Naar welke landen vinden de meeste ontvoeringen plaats? Dit college geeft antwoord op bovenstaande en andere vragen over internationale kinderontvoering.

Mr. dr. Geeske Ruitenberg is afgestudeerd aan de VU met als afstudeerrichtingen Privaatrecht en Staats- en bestuursrecht. In 2015 is zij gepromoveerd op een onderzoek naar internationale kinderontvoering. Zij is thans universitair docent Privaatrecht aan de VU en verzorgt onderwijs in de bachelor- en masteropleidingen op het terrein van familie- en jeugdrecht. Ruitenberg verricht ook onderzoek op dat gebied. Het afgelopen jaar heeft zij, samen met anderen, een WODC-rapport over de naleving van contact- en omgangsregelingen geschreven. Momenteel onderzoekt zij de vraag of het wenselijk is om in Nederland een vorm van eenvoudige adoptie van pleegkinderen door hun pleegouders in te voeren.

Lees het artikel: 'De interpretatie van de weigeringsgronden uit het Haags Kinderontvoeringsverdrag in Nederland: een tussenstand na ruim 25 jaar.'


Prof. dr. Renée van Schoonhoven

De opmerkelijke casus van het Cornelius Haga Lyceum

In politiek en media heeft de laatste tijd de casus van het Cornelius Haga Lyceum, een islamitische school in Amsterdam, hoog op de agenda gestaan. En niet zonder reden, omdat in de casus vraagstukken terugkomen die voor het hele onderwijsbestel van belang zijn. Reden om in deze lezing stil te staan bij de onderwijsrechtelijke feiten over deze casus. Prof. dr. Renée van Schoonhoven geeft een overzicht van de feiten en een nadere duiding van deze opmerkelijke casus.

Renée van Schoonhoven studeerde sociologie aan de Erasmus Universiteit, was werkzaam in de onderwijs-vakbeweging en promoveerde op de invoering van onderwijs-cao’s aan de Universiteit van Amsterdam. Sinds 2011 is zij aan de Vrije Universiteit verbonden, alwaar zij inmiddels als hoogleraar onderwijsrecht werkzaam is. Naast haar werkzaamheden aan de VU is zij gevestigd als zelfstandig onderzoeker en is zij redacteur van verschillende tijdschriften, waaronder School en Wet. In 2016 werd ze door VU Law Academy uitgeroepen tot docent van het jaar.

Lees de column: 'Ver(w)achting'


Prof. mr. dr. Willemijn Roozendaal

Flexibele arbeidsrelaties en de wet arbeidsmarkt in balans

Op 1 januari 2020 treedt de Wet arbeidsmarkt in balans in werking. Met deze wet beoogt de wetgever een betere balans te bereiken ten gunste van werknemers die afhankelijk zijn van flexibele arbeid, zoals oproepkrachten, werknemers met contracten voor bepaalde tijd en uitzendkrachten. In de lezing nemen we de belangrijkste wijzigingen door voor wat betreft de positie van flexwerkers, en gaan we in gesprek over de gevolgen voor de Nederlandse arbeidsmarkt.

Prof. mr. dr. Roozendaal studeerde rechten aan de Universiteit van Amsterdam, waarna ze als advocaat aan de Zuidas aan de slag ging. Ze keerde in 2000 weer terug naar de academische wereld: eerst in Nijmegen en sinds 2009 in Amsterdam aan de VU. Sinds 2015 is zij bijzonder hoogleraar socialezekerheidsrecht en universitair hoofddocent arbeidsrecht. Roozendaal verricht onderzoek naar onderwerpen op het snijvlak van socialezekerheidsrecht en arbeidsrecht, zoals de rechtspositie van de oproepkracht en de zieke werknemer. Naast haar werkzaamheden aan de VU is ze lid van diverse redacties en medeauteur van de Schets van het Nederlands Arbeidsrecht; een in het onderwijs veelgebruikt handboek.

Lees het artikel 'Arbeidstijdregulering en oproeparbeid'


empty

Prof. mr. Herman Kappelle

Pensioenakkoord; afslag of nieuwe rotonde?

Eindelijk ligt er een principe-akkoord over de vernieuwing van het pensioenstelsel. De belangrijkste kenmerken zijn aanpassingen in de AOW, het overstappen op een leeftijdsonafhankelijke pensioenpremie, het loslaten van sturen op nominale zekerheid en meer keuzemogelijkheden. Verdere uitwerking vindt plaats door een stuurgroep, waarin de sociale partners zitten en waarin unanimiteit is vereist alvorens er voorstellen naar het parlement gaan. Het is dan ook de vraag wanneer we concrete resultaten mogen verwachten. Het lijkt erop dat de onderhandelingstafel van het SER-gebouw is verplaatst naar de burelen van deze stuurgroep. Met name het overstappen naar uitsluitend premieregelingen met een leeftijdsonafhankelijke premie kan alleen maar via de fiscaliteit worden bereikt en leidt tot forse overgangsproblemen.

Herman Kappelle is sinds 2004 bijzonder hoogleraar Fiscaal Pensioenrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij studeerde Nederlands Recht aan de Universiteit Utrecht en Fiscaal Recht aan de Universiteit van Amsterdam. Sinds 1995 is hij werkzaam bij Aegon: eerst als hoofd van het fiscaal juridisch adviesbureau van Aegon Levensverzekering N.V.; sinds 2000 als directeur van het expertiseplatform ‘Aegon Adfis’. Kappelle promoveerde in datzelfde jaar (2000) op zijn proefschrift “Levensverzekering en fiscaal overgangsrecht” en werd in 2009 uitgeroepen tot European Pensions Personality of the year.

Lees het artikel: 'Pensioen voor zzp'er hoeft niet te wachten tot 2022'
Lees het artikel: 'De fiscale knop bij pensioenen'
Lees het artikel: 'Na 45 jaar werken met pensioen; een maatschappelijke oplossing via de fiscaliteit'

Sessie 2

Prof. mr. Jon Schilder

Gemeentelijke aanpak van ondermijnende criminaliteit

Het is bijna dagelijks nieuws: sluiting van witwaswinkels en drugspanden, intrekking van vergunningen voor malafide autoverhuurbedrijven of horecazaken: gemeentebesturen treden stevig op tegen wat nu heet ‘ondermijning’. Tal van recent ontwikkelde bevoegdheden worden daarvoor uit de kast gehaald terwijl nieuwe maatregelen in aantocht zijn. Zonder risico’s is dit alles niet. Burgemeesters worden bedreigd, komen te weinig toe aan de ‘gewone’ taken – maar hun optreden roept ook vragen op omdat de door de wetgever toegekende ordemaatregelen steeds vaker worden ingezet als strafsancties. Hoe deze ontwikkeling te duiden? Wat is de rol van de rechter? En wat moet de wetgever doen? Op deze en nog andere vragen hoopt prof. Jon Schilder samen met u een antwoord te vinden.

Prof. mr. Schilder is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij studeerde tussen 1976 en 1982 aan de Rijksuniversiteit Groningen en promoveerde op 7 juni 1989 aan de Universiteit Leiden, waar hij werkte als (hoofd)docent staats- en bestuursrecht. In 2001 trad hij in dienst bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken als plv. hoofd sector grondrechten en werd daar later hoofd van de nieuw gevormde afdeling ‘constitutionele zaken’. In 2008 keerde hij weer terug naar de universiteit als hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de VU en sprak het jaar daarop zijn oratie uit over nieuwe dwangmiddelen waarmee lokale overheden een halt proberen toe te roepen aan verloedering en overlast. Naast het onderzoek en onderwijs dat hij uitvoert, maakt hij onderdeel uit van diverse adviesraden en –commissies, zoals de bezwarencommissie veiligheidsonderzoeken AIVD en MIVD, de bezwarencommissie van het ministerie van VWS en adviescommissies voor de VNG. Schilder verschijnt regelmatig in de media over onderwerpen die te maken hebben met ‘openbare orde’.

Lees het artikel: 'Ondermijning en het openbare-orderecht' (auteurs: Mirjam Tuk & Michel Vols)


Mr. dr. Bas de Wilde

Over de wenselijkheid van meer materiële onmiddellijkheid in de Nederlandse strafvordering

Tijdens het opsporingsonderzoek worden onderzoekshandelingen verricht, door opsporingsambtenaren, rechters-commissarissen en deskundigen. De resultaten van dit onderzoek worden neergelegd in processen-verbaal en deskundigenverslagen. De zittingsrechter mag deze stukken gebruiken om daarop zijn oordeel te baseren, zonder bijvoorbeeld zelf de getuige die tijdens het opsporingsonderzoek een verklaring heeft afgelegd, ter zitting te hebben gehoord. In het kader van de modernisering van het Wetboek van Strafvordering zijn de vragen relevant of de rechter niet vaker kennis zou moeten (kunnen) nemen van het bronmateriaal waarop processen-verbaal en deskundigenverslagen zijn gebaseerd en of getuigen en deskundigen niet vaker ter zitting zouden moeten worden gehoord. Oftewel: is het wenselijk dat het uitgangspunt van materiële onmiddellijkheid een grotere rol gaat spelen in het Nederlandse strafproces?

Bas de Wilde studeerde rechten aan de Universiteit Leiden. Sinds 2001 is hij verbonden aan de sectie Strafrecht van de Vrije Universiteit, momenteel als universitair hoofddocent Strafrecht. Hiernaast is hij rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Noord-Holland. Ook procedeerde hij enkele malen bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. In zijn onderzoek staan strafrechtelijk bewijsrecht, mensenrechten en strafrechtsvergelijking centraal. In 2015 promoveerde hij op een proefschrift over het recht getuigen in strafzaken te ondervragen, waarvoor hij de Moddermanprijs ontving. Hij verricht graag onderzoek dat relevant is voor de rechtspraktijk en verzorgt regelmatig presentaties over onderzoeksresultaten bij rechtbanken en gerechtshoven, de politie en advocaten.

Lees het artikel: 'De beoordeling van getuigenverzoeken volgens het voorgestelde Wetboek van Strafvordering. Een beweging naar voren'
Lees het artikel: 'Digitale informatie in het strafproces'


empty

Prof. mr. Wino van Veen

Ontwikkelingen rondom de Personenvennootschappen

Het recht betreffende de personenvennootschappen is volop in beweging. Zowel in de jurisprudentie als op het wetgevingsfront. Tijdens deze lezing worden de ontwikkelingen belicht en besproken.

Wino van Veen is hoogleraar Vennootschaps- en rechtspersonenrecht aan de VU en tevens als wetenschappelijk adviseur (notarieel) ondernemingsrecht verbonden aan Baker& McKenzie N.V. Hij maakte deel uit van de Expertgroep vereenvoudiging en flexibilisering BV-recht, de expert group European Foundation en de Werkgroep Modernisering Personenvennootschappen. Hij en is onder meer voorzitter van de beroepscommissie licentiezaken betaald voetbal van de KNVB. Wino van Veen studeerde rechten aan de VU en studeerde af in de richtingen Nederlands recht en Notariaat (beide cum laude). In 1992 promoveerde hij aan dezelfde universiteit. Hij is onder meer hoofdredacteur van de Losbladige uitgave Personenassociaties, redacteur van TvOB en (mede)auteur van boeken over het verenigingen en stichtingenrecht, de Europese naamloze vennootschap, de Europese coöperatieve vennootschap en grensoverschrijdende juridische fusies.

Lees het ambtelijk voorontwerp: 'Wijziging van het Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten in verband met de modernisering van de regeling omtrent personenvennootschappen (Wet modernisering personenvennootschappen)'
Lees het artikel: 'Rechtspersoonlijkheid van de personenvennootschap'


Prof. mr. Arno R. Lodder

Regulering van algoritmes

Algoritmes doen veel nuttige dingen, zoals het analyseren van medische dossiers om te identificeren wat een bepaalde ziekte kan veroorzaken en meer alledaagse taken zoals adviseren naar welke muziek te luisteren of welke serie te bekijken. Algoritmes kunnen ook besluiten dat u geen lening krijgt, dat u een persoon bent die van belang is voor inlichtingendiensten, of dat u waarschijnlijk een crimineel wordt en in de gaten moet worden gehouden. Gezien wat algoritmen kunnen doen, hebben wij als samenleving in het algemeen en juristen in het bijzonder de verantwoordelijkheid om te beslissen hoe we de wereld waarin we leven vorm willen geven. Welke algoritmen we wel en niet toestaan, en als we algoritmen toestaan onder welke voorwaarden.

Arno R. Lodder is hoogleraar Internet Governance & Regulation. Hij studeerde rechten aan de Vrije Universiteit Amsterdam en promoveerde in Maastricht op artificial intelligence en recht. Na zijn promotieonderzoek in Maastricht keerde hij weer terug naar de VU. In zijn onderzoek en onderwijs focust Lodder op onderwerpen die gerelateerd zijn aan internetrecht, zoals: aansprakelijkheid, veiligheid en privacy en fenomenen als: big data, social media en cyberwar. Hij is (co-)auteur van diverse boeken (o.a. EU Regulation of E-commerce (2017) en is redacteur van verschillende tijdschriften (o.a. Tijdschrift voor internetrecht).

Lees het artikel: 'Algorithms: what, how, and particularly why?'

2 NOvA - VULA