Leergang De gemeentejurist binnen een dynamische, complexe bestuurlijke context

Programma-omschrijving

In dit overzicht ziet u welk thema in welk college aan bod komt. Zo krijgt u een goed beeld van de onderwerpen waarmee u aan de slag gaat.
 

College 1 - De behoorlijke gemeente

De leergang start met een bijeenkomst over behoorlijkheid omdat dit vanuit het juridisch kader belangrijk is; het is immers wenselijk dat burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties vertrouwen hebben in de gemeentelijke overheid.
Om dit te bereiken dient het bestuurlijk handelen van de gemeente:

1. In overeenstemming te zijn met de wet- en regelgeving die geldt op het betreffende beleidsterrein.
2. Te voldoen aan de geschreven beginselen van behoorlijk bestuur, zoals neergelegd in de Algemene wet bestuursrecht. Dit omvat het zorgvuldigheidsbeginsel, verbod van misbruik van bevoegdheid, evenredigheidsbeginsel, motiveringsbeginsel en ongeschreven beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het vertrouwens-, rechtszekerheids- en gelijkheidsbeginsel.
 

College 2 - De effectieve gemeente (omgaan met ‘wicked problems’)

wicked problemsDe samenleving verandert en het regulatieve kader verliest soms aan kracht, zowel voor de overheid als voor burgers. We bewegen ons in de richting van ‘laatmoderniteit.’ Feiten staan ter discussie en dat zien we geïllustreerd in maatschappelijk debatten waarin alternatieve waarheden worden ingebracht. En ook waarden staan ter discussie: waarvoor staan we als samenleving? Zijn we eigenlijk wel een samenleving? En waar willen we naartoe? Problemen worden ‘wicked problems,’ ofwel ‘ongestructureerde problemen.’ Dat betekent dat ze niet één enkele oplossing kennen (waar willen we naartoe?) en dat er ook onenigheid is over de analyse (wat is er precies aan de hand?). Conflicten blijven daarom doorzeuren, zowel in de samenleving als ook in het openbaar bestuur zelf. Dit kan dilemma’s veroorzaken bij de uitvoering van wetgeving en de toepassing van de beginselen van behoorlijk bestuur.

Als gemeentejurist moet u om kunnen gaan met verschillende inzichten en voorkeuren over een bepaald beleidsprobleem, een beleidsprobleem dat zelf ‘ongestructureerd’ is geworden. Wat voor uitdagingen stelt dat aan de gemeentejurist? Deze tweede bijeenkomst gaat over die maatschappelijke veranderingen en de bijbehorende uitdagingen.
 

College 3 - De integere gemeente

In de derde bijeenkomst van deze leergang is integriteit is het centrale onderwerp.

Maatschappelijke ontwikkelingen kunnen bestuurders en gemeentejuristen voor pittige integriteitsvraagstukken plaatsen. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer politici en burgers sterk uitgesproken voorkeuren hebben. Of wanneer burgers en bedrijven op zeer oorbare wijze aandacht voor hun particuliere belangen claimen. Of wanneer er afspraken bestaan met bedrijven of maatschappelijke organisaties waaraan de gemeente zich in meer of mindere mate heeft te houden.

Hoe kun je bijvoorbeeld omgaan met tegenstrijdige belangen en de botsing van publieke waarden? Hoe voorkom je belangenverstrengeling zowel bij jezelf als bij anderen? Hoe analyseer je als gemeentejurist die spanningen en hoe gebruik je die bij jouw werk? Welke eisen stelt dat aan het contact met bestuurders en collega’s? Hoe ga je effectief én verstandig om met loyaliteiten?

Welke afwegingen moeten er genomen worden wanneer je met deze situaties te maken krijgt? Wat zijn de grenzen die je daarbij niet moet overschrijden? ‘Een beetje integer’ bestaat niet, zoals minister Ien Dales het formuleerde, maar de veranderde samenleving maakt dat de grenzen van integriteit misschien wel opschuiven. Hoe leggen we hierbij verantwoording af?

Op dit soort vragen gaan we in tijdens de derde bijeenkomst, ‘de integere gemeente’.
 

College 4 - De marktgerichte gemeente

In deze vierde bijeenkomst bespreken we beginselen en regels waaraan de gemeente als (spel)verdeler en -speler op de markt moet voldoen.

Marktwerking in de publieke sector leidt tot ‘hybriditeit’ waarbij verschillende rechtsvormen door elkaar lopen. Er ontstaan marktrelaties met handelingsprikkels. Marktpartijen passen hun gedrag weliswaar aan de prikkels in het beleid aan, maar zij komen niet automatisch tegemoet aan de doelstellingen van het beleid. De gemeente kan nooit de ideale prikkel ontwerpen. Daarnaast is de gemeente op meerdere terreinen belast met de regulering van markten. Hierbij kunnen afstemmingsproblemen ontstaan waar geen overeenstemming te verwachten is.
Dan gaat het bijvoorbeeld om de verdeling van schaarse middelen zoals bij de verdeling van openbare ruimte voor stedelijke en ondersteunende voorzieningen (winkels, horeca, recreatie) in stedelijke bestemmingsplannen. Maar denk ook aan de niet onbeperkte verlening van speelautomatenvergunningen en vergunningen voor kleine loterijen of aan het verlenen van ontheffingen voor het geopend mogen zijn op zon- en feestdagen terwijl tegelijkertijd het maximumaantal winkels bij gemeentelijke verordening moet worden vastgelegd. Of aan het verlenen van subsidies bij een beperkt gemeentelijk budget.

Op dit gebied spelen aanzienlijke belangentegenstellingen tussen het gemeentebestuur en de organisaties, bedrijven, instellingen die hier iets van de gemeente verwachten. Wanneer u als gemeentejurist bij het aanpakken van dit soort problemen ruimte wil creëren voor verdeling van rechten dan is het van belang dat u uw eigen doelstellingen heel precies begrijpt en formuleert, én dat de gemeente zelf een goed oog heeft voor de eigen uitgangspunten m.b.t. aanbieders op de markt. In deze bijeenkomst leert hoe u als gemeentejurist effectief kunt handelen op dit lastige terrein.
 

College 5 - De oplossingsgerichte gemeente

De vijfde bijeenkomst heeft als thema de oplossingsgerichtheid van de gemeentejurist.

Gemeenten hebben te maken met ongestructureerde, maatschappelijke problemen waaromheen zich in samenleving en bestuur een veelheid aan actoren verzamelt. Als gemeentejurist dient u met deze ‘wicked problems’ om te kunnen gaan en is het vaak onvermijdelijk dat u zelf positie kiest in een veld van actoren die het onderling niet eens zijn over wat het vraagstuk precies is en hoe je het oplost. Met wie moet u meedenken?

Oplossingsgerichtheid vereist daarom een heel goed ontwikkelde gevoeligheid voor de verschillende opvattingen (waar willen we naartoe?) en inzichten (wat is er precies aan de hand?) die actoren rond een maatschappelijk vraagstuk hebben. De eigen oplossing is er een van vele in de afstemming met al die anderen. Hoe pak je zoiets aan? Wat doe je als er conflicten ontstaan met burgers of organisaties? En hoe kan het optreden van gemeenten bijdragen aan meer vertrouwen bij burgers?

In deze bijeenkomst gaan we daarbij ook in op de persoonlijke competenties die een gemeentejurist moet hebben om met dit soort vraagstukken om te gaan.

College 6 - Afsluitend college met borrel

Tijdens de leergang maakt u aan de hand van de inhoudelijke en praktische kennis die u krijgt aangereikt een reflectieverslag over uw eigen werksituatie. In deze feestelijke, afsluitende bijeenkomst geven alle cursisten een presentatie op basis van dit reflectieverslag. Deze presentatie duurt 5 tot 10 minuten per persoon (we hanteren een maximum van 3 slides). Deze bijeenkomst wordt afgesloten met de uitreiking van het certificaat en een afsluitende borrel.