Leergang De gemeentejurist van de toekomst: het toepassen van het bestuursrecht in gesprek met politici, bestuurders en burgers

Programma-omschrijving

In dit overzicht ziet u welk thema in welk college aan bod komt. Zo krijgt u een goed beeld van de onderwerpen waarmee u aan de slag gaat.
 

College 1 - De integere gemeente

Behoorlijkheidsnormen kunnen ambtenaren en politici voor dilemma’s plaatsen: hoe verbind je het vertrouwensbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel met elkaar? Hoe kun je omgaan met tegenstrijdige belangen en de botsing van publieke waarden? Hoe voorkom je belangenverstrengeling zowel bij jezelf als bij anderen? Hoe analyseer je als gemeentejurist die spanningen en hoe gebruik je die bij jouw werk? Welke eisen stelt dat aan het contact met bestuurders en collega’s? Hoe ga je effectief én verstandig om met loyaliteiten?

DE SOCIAALWETENSCHAPPELIJKE, BESTUURSKUNDIGE BENADERING (prof. dr. Leo Huberts)
In het eerste deel wordt behandeld wat binnen (gemeentelijke) organisaties wordt verstaan onder integriteit en hoe die beschermd kan worden. Besproken wordt hoe integriteitssystemen werken en waar bedreigingen liggen. Hoe geef je vorm aan het eigen ethische leiderschap? Veel aandacht wordt besteed aan de eigen dilemma’s van de deelnemers en wat daarbij de centrale problemen zijn. Dit gebeurt door middel van een van te voren uit te voeren (beknopte) schrijfopdracht over een integriteitsprobleem.

DE BESTUURSRECHTELIJKE BENADERING (prof. mr. Richard Neerhof)
In het tweede deel wordt behandeld wat de status is van de behoorlijkheidsnormen en welke eisen je moet stellen aan een zorgvuldige besluitvorming. De status van gedragscodes wordt uitgewerkt. Hoever mag de bestuurlijke voorbereiding gaan en waar mag je afwijken van standaardoplossingen? Mag een raadslid die wel eens een commercieel evenement op gemeentegrond organiseert waarvoor hem precariobelasting in rekening wordt gebracht, een voorstel indienen tot verlaging van precariorechten in een gemeentelijke verordening en daarover meestemmen? Mag een wethouder met milieuzaken in zijn portefeuille namens het college van burgemeester en wethouders beslissen over een omgevingsvergunning voor een nertsenveehouderij, terwijl hij op kosten van de plaatselijke nertsenbranche een werkbezoek aan een nertsenveiling in Kopenhagen heeft gebracht? Concrete casussen worden gebruikt om praktische mogelijkheden verder uit te werken.

CASUÏSTISCHE BEHANDELING (dr. mr. André van Montfort)
In het derde deel wordt concreet gewerkt aan de een integriteitssysteem binnen jouw gemeente, hoe zit zo’n systeem in elkaar en met welke personen binnen de gemeenten moet je daarin samenwerken? We gaan in op wat er mis gaat (affaires en schendingen), welke instrumenten en strategieën bestaan en welke werken (met ook aandacht voor bestaande regelgeving). Aan de hand van concrete casussen en op basis van de inbreng van de deelnemers wordt de gemeentelijke praktijk besproken en worden handelingsopties voor de gemeentejurist uitgewerkt.

College 2 - De leefbare gemeente

Leefbaarheid vergt een goede kwaliteit van de fysieke leefomgeving en die kent vele aspecten: bouwwerken, infrastructuur, water, bodem, lucht, landschappen, natuur e.d. Het (nieuwe) omgevingsrecht vraagt om een integrale benadering als er straks bijvoorbeeld omgevingsplannen komen, waarbij de inbreng van burgers en bedrijven belangrijk is. Het gaat om de verwezenlijking van maatschappelijke opgaven. De gemeentejurist heeft daar een doorslaggevende rol. Deze nieuwe benadering stelt de meer ambtelijke, soms (nog) verkokerde gemeentelijke organisatie voor grote uitdagingen. Binnen dat domein kan een goed begrip van juridische mogelijkheden, verplichtingen en alternatieven een grote rol spelen.

DE BESTUURSKUNDIGE BENADERING (dr. mr. André van Montfort)
Behandeld wordt dat het aanstaande nieuwe omgevingsrecht een interactieve bestuursstijl van de gemeentelijke overheid vereist. De vorming van omgevingsplannen zal op een interactieve wijze moeten plaatsvinden. Dit inzicht roept enkele interessante vragen op. Wat houdt interactieve beleidsvorming precies in? Welke argumenten zijn er om voor deze wijze van beleidsvorming te kiezen bij het realiseren van omgevingsplannen? Aan welke voorwaarden moet worden voldoen om dergelijke plannen op een interactieve wijze tot stand te kunnen brengen? En last but not least: Hoe kan de gemeentejurist eraan bijdragen dat aan deze voorwaarden zo goed mogelijk wordt voldaan?

DE BESTUURSRECHTELIJKE BENADERING (mr. drs. Hugo Doornhof)
Tijdens dit dagdeel wordt uitgewerkt wat de verplichtingen zijn tot participatie, zowel in het bestaande als in het nieuwe omgevingsrecht en welke flexibiliteit er is bij de mogelijkheden van inspraak. Waartoe ben je wel en waartoe ben je niet verplicht? Welke mogelijkheden heeft de gemeentejurist in de omgang met de politiek en met de burgers? Wat zijn verstandige én effectieve juridische adviezen in dit verband? Bovendien is een belangrijke vraag wat de bestuurlijke afwegingsruimte precies is. Het gaat er dan onder meer om in hoeverre je lokaal eigen regels mag stellen over bijvoorbeeld geluid, fijnstof en geur. Tot welke beleidskeuzes kunnen lokale bestuurders uiteindelijk komen?

CASUÏSTISCHE BEHANDELING (mr. Eric Moesker)
Vaak bestaan er grootse plannen voor het organiseren van participatie, maar wat is realistisch? Mogelijkheden zijn soms beperkter dan gewenst. Verwachtingen moeten gemanaged worden. Aan de hand van een feitelijke casus worden de mogelijke participatie en de ermee samenhangende problemen behandeld. Hoe adviseer je daarbij, hoe informeer je partners binnen de gemeente, hoe kun daarbij je ‘pro-actief’ en ‘responsief’ opereren als gemeentejurist.

College 3 - De oplossingsgerichte gemeente

Overheden moeten beslissingen nemen die voldoen aan de eisen van behoorlijkheid, maar er moeten ook doelstellingen gerealiseerd worden. Binnen de overheidspraktijk moet ruimte zijn voor wat mensen ‘willen’ en ‘kunnen’. Hoe kan het optreden van gemeenten leiden tot meer vertrouwen bij burgers? Hoe kom je tot betere besluiten, minder procedures?

DE SOCIAALWETENSCHAPPELIJKE, BESTUURSKUNDIGE BENADERING (dr. Duco Bannink)
Decentralisatie naar gemeenten is nu wel de leidende tendens geworden maar dat leidt niet automatisch tot een integrale benadering. De multi-dimensionele aard van maatschappelijke, economische, infrastructurele of andere problemen is de belangrijkste reden voor de gedecentraliseerde integratie van beleid. Geredeneerd vanuit de regels uit de verschillende beleidsdomeinen is beleidsintegratie niet goed mogelijk, terwijl het geredeneerd vanuit de problematiek wel nodig is. Behandeld worden wat nu de feitelijke problemen zijn bij samenwerking en hoe een verkokerde benadering kan worden voorkomen. Belangrijk daarbij is dat de gemeentejurist gebruik maakt van zijn/haar eigen visie op de bestuurlijke kwesties waarbij hij/zij betrokken wordt.

DE BESTUURSRECHTELIJKE BENADERING (prof. mr. Jon Schilder)
De normen en doelstellingen zijn in de verschillende domeinen lang niet altijd gelijk. Soms zijn ze zelfs conflicterend. Integratie is dan lastig want bijvoorbeeld de procedures van klacht en bezwaar lopen behoorlijk uiteen. Overheden hebben te maken met bestuursrecht, maar de relaties met andere actoren, die hun eigen afwegingen maken, worden daardoor niet volledig bepaald. Dit heeft gevolgen voor de toepassing van het bestuursrecht. Er mag juridisch vaak meer dan wordt aangenomen. Behandeld wordt hoe je binnen het bestuursrecht aan creatieve oplossingen kunt werken. Uitgewerkt wordt hoe gemeentejuristen hun mogelijkheden functioneler kunnen inzetten en collega’s en bestuurders kunnen helpen met andere opties.

CASUÏSTISCHE BEHANDELING (prof. mr. Dick Allewijn)
De gemeentelijke organisatie en de verkokerde regelgeving belemmeren een integrale aanpak. Dan is het van belang om buiten de soms beperkte regelsfeer te treden en meer binnen de gemeentelijk organisatie met elkaar in gesprek te gaan en te onderzoeken hoe problemen buiten de directe regelsfeer gebracht kunnen worden. Dit ‘oplossingsgerichte gesprek’ staat centraal in dit onderdeel. De gemeentejurist moet soms buiten zijn wettelijke taakopdracht durven gaan. Aan de hand van meerdere praktijkcasussen wordt gezamenlijk gewerkt aan het vinden van concrete oplossingen.

College 4 - De veilige gemeente

Lokale integrale veiligheid is een belangrijk thema. Vandalisme, bendevorming, jeugdgroepsvorming in buurten, woonoverlast, agressie in de horeca en allerlei andere overlast bij winkelcentra, in het openbaar vervoer en andere openbare plaatsen heeft in veel gemeenten politieke prioriteit.  De aanpak en preventie van deze complexe problematiek vergt een benadering waarbij de gemeente niet alleen intensief samenwerkt met de politie en het OM, maar ook met maatschappelijke instellingen en private partijen, zoals woningbouwverenigingen , gezinszorg, maatschappelijke zorg, vervoerders en ondernemers. Het juridisch instrumentarium op het terrein van openbare orde en veiligheid  ontwikkelt zich verder en dat heeft gevolgen voor de verhouding tussen de verschillende bevoegdheden van burgemeesters, het openbaar ministerie en private partijen. Verschillende typen problemen grijpen in elkaar en vragen om een gecoördineerde aanpak wil het effectief zijn.

DE SOCIAALWETENSCHAPPELIJKE, BESTUURSKUNDIGE BENADERING (dr. Ronald van Steden, prof. dr. Hans Boutellier)
In dit onderdeel komt aan bod welke partijen bij de aanpak betrokken zijn en welke bestuurlijke problemen dat met zich mee brengt. In grote gemeenten is er vaak veel deskundigheid maar leidt verkokering tot problemen van integratie, bij kleine gemeenten is het kennisniveau vaak ontoereikend en is er weinig personele capaciteit. Hoe kan er beter worden samengewerkt, hoe vergroot je de slagvaardigheid van die netwerken van publieke en private partijen? Hoe ontstaat draagvlak voor een bepaalde aanpak?

DE BESTUURSRECHTELIJKE BENADERING (mr. Mandy van Rooij)
Behandeld worden de verschillende mogelijkheden die de regelgeving op het gebied van openbare orde en veiligheid biedt en welke speelruimte hier bestaat. Multiproblemen vragen om een integrale aanpak waarbij creatief naar mogelijkheden moet worden gezocht. De vraag is hoe partijen in de lokale aanpak van veiligheid hun samenwerking juridisch vorm kunnen geven en welke nieuwe vormen van publiekrechtelijke en privaatrechtelijke handhaving in de praktijk worden benut. Als gemeentejurist is het van groot belang inzicht te hebben  in de werking van verschillende juridische mogelijkheden en wat  de partijen die (moeten) samenwerken kunnen verwachten van elkaar.

CASUÏSTISCHE BEHANDELING (mr. Jiska Pot)
Top600, veelplegersaanpak, aanpak criminele families zijn evenzovele voorbeelden van een multidisciplinaire aanpak die voor concrete veiligheid moeten zorgen. Hoe kan de samenwerking tussen verschillende partijen gecombineerd worden met concrete juridische mogelijkheden. In enkele casussen worden de inzichten uit de twee eerdere delen van deze bijeenkomst gecombineerd.

College 5 - De marktgerichte gemeente

Op meerdere terreinen is het gemeentebestuur belast met de regulering van markten. Daarbij gaat het vaak om de verdeling van schaarse middelen zoals bijvoorbeeld bij de verdeling van openbare ruimte voor stedelijke en ondersteunende voorzieningen (winkels, horeca, recreatie) in stedelijke bestemmingsplannen. Maar denk ook aan de niet onbeperkte verlening van speelautomatenvergunningen en vergunningen voor kleine loterijen of aan het verlenen van ontheffingen voor het geopend mogen zijn op zon- en feestdagen terwijl tegelijkertijd het maximum aantal winkels bij gemeentelijke verordening moet worden vastgelegd. Of aan het verlenen van subsidies bij een beperkt gemeentelijk budget. Op dit gebied spelen aanzienlijke belangentegenstellingen tussen het gemeentebestuur en de organisaties, bedrijven, instellingen die hier iets van de gemeente verwachten. Hoe kan de gemeentejurist effectief handelen op dit lastige terrein?

DE SOCIAALWETENSCHAPPELIJKE, BESTUURSKUNDIGE BENADERING (dr. Duco Bannink)
In dit onderdeel wordt uitgewerkt wat de marktwerking in de publieke sector voor bestuurlijke consequenties heeft. Dat wordt uitgewerkt aan de hand van de principaal-agentbenadering (Williamson). Marktwerking in de publieke sector leidt tot ‘hybriditeit’ waarbij verschillende rechtsvormen door elkaar lopen. Er ontstaan marktrelaties met handelingsprikkels. Marktpartijen (de agent) passen hun gedrag weliswaar aan de prikkels in het beleid aan, maar zij komen niet automatisch tegemoet aan de doelstellingen van het beleid. De gemeente (de principaal) kan nooit de ideale prikkel ontwerpen. De gemeente wordt afgerekend op rechtmatigheid van handelen maar andere doelstellingen als doelmatigheid, sociale legitimiteit en effecten van beleid worden steeds belangrijker. Hierdoor ontstaat moeilijk voorspelbaar gedrag, aangeduid met de term ‘performance paradox’. Gemeentebesturen denken vaak dat ze deze mix behoorlijk in de vingers hebben, maar lijken zich soms daarin te overschatten. Een juridisch kader is onvoldoende om dit domein te besturen, de andere doelstellingen zijn ook belangrijk en de gemeentejurist moet deze spanningen begrijpen.

DE BESTUURSRECHTELIJKE BENADERING (prof. Frank van Ommeren, prof. mr. Chris Jansen)
Uitgewerkt wordt wat de juridische criteria zijn bij de verdelingen van schaarse middelen. EU-recht en de beginselen van behoorlijk bestuur zijn hierbij belangrijk. In dit domein is de gemeente zelf ook marktdeelnemer en dat heeft gevolgen. Zo kan de gemeentelijke overheid gehouden zijn om bij de uitvoering van werken (bijvoorbeeld wegaanleg), de levering van producten of de verdeling van diensten (bijvoorbeeld ICT-ondersteuning) opdrachten aan te besteden. Behandeld worden:

  • Wanneer geldt de aanbestedingsverplichting en wat is dan de procedure?
  • Wanneer geldt de verplichting om aan te besteden, los van Europese aanbestedingsrichtlijnen?
  • Wat zijn de overeenkomsten en verschillen tussen aanbestedingsregels en andere publiekrechtelijke regels voor de verdeling van bijvoorbeeld vergunningen en subsidies?
Hierbij is van belang hoeveel ruimte er is voor een flexibele aanpak en innovatieve en creatieve oplossingen bij de toepassing van Europeesrechtelijke, bestuursrechtelijke en privaatrechtelijke regels.

CASUÏSTISCHE BEHANDELING (mr. Tim Robbe)
Aan de hand van concrete casussen wordt uitgewerkt hoe je met meer begrip van de politiek/bestuurlijke context en met zicht op de mogelijkheden binnen de verschillende juridische regiems aan betere oplossingen kunt werken. De combinatie van zicht op de binnen dit domein eerder benoemde maatschappelijke spanningen en zicht op de verschillende opties binnen het toepasselijke recht maken de gemeentejurist tot een deskundige en meedenkende adviseur die met een grotere effectiviteit én meer voldoening zijn/haar werk kan verrichten.

6. De sociale gemeente

Er ligt een steeds grotere druk op gemeenten door een grote toename van taken en verantwoordelijkheden. De gemeente moet zich met veel zaken bemoeien. Hoe ver mag die bemoeienis gaan, welke informatie mag worden gedeeld met anderen en welke niet? De ‘omgekeerde toets’ kent een groter belang toe aan het doel van de wet dan aan een legalistische regeltoepassing. Deze benadering is van groot belang voor de gemeentejurist. Dat geldt evenzeer voor de doelbinding bij het verzamelen en delen van gegevens.

DE SOCIAALWETENSCHAPPELIJKE, BESTUURSKUNDIGE BENADERING (prof. dr. Willem Trommel)
Het gemeentelijk bestuur heeft de neiging zich overal mee te willen bemoeien. Decentralisatie heeft als eerste doel om op het juiste niveau de acties te plegen en niet om overal zeggenschap te creëren. Behandeld wordt wat het eigenlijke doel is van de participatiewet en wat aan de burger gevraagd wordt. Hoe kun je als bestuur responsiever en veerkrachtiger reageren? Men vraagt om een veerkrachtiger, actiever burger, maar dan moet die burger ook een responsiever gemeentejurist als gesprekspartner vinden. In dit spanningsveld moet de gemeentejurist van de toekomst functioneren.

DE BESTUURSRECHTELIJKE BENADERING (prof. mr. Willemijn Roozendaal)
De relatie tot het doel (zowel bij de participatiewet als bij de AVG) is belangrijk. Behandeld wordt wat de juridische moeilijkheden én mogelijkheden zijn om op een verantwoorde manier flexibel en creatief om te gaan met de juridische instrumenten met voldoende aandacht voor de centrale rechtsbeginselen.

CASUÏSTISCHE BEHANDELING (mr. Evelien Meester)
Burgers proberen vaak iets op te lossen, maar dat lijkt juridisch soms niet te mogen. Toch kan er veel meer, maar dan moet de gemeente-ambtenaar dat ook willen. Zoals al aangegeven, is de omgekeerde toets belangrijk: er moet eerst gekeken worden nar wat het echte doel is. Aan de hand van een casus rond multiprobleemgezinnen wordt gezamenlijk uitgewerkt hoe de gemeentejurist juridisch én sociaal verantwoord kan handelen.