Leergang Financieel Toezicht Recht

Banner MBO Governance

College 1 – De werking van het Europees Systeem van Financieel Toezicht

De taken rollen van EBA, ESMA en EIOPA, ten aanzien van de voorbereidingen van wetgeving en het streven naar “supervisory convergence”. De impact in de praktijk van “soft law” van de Europese toezichthouders, zoals richtsnoeren, opinies en Q&A’s. Het gezag van deze soft law en de wijze waarop de Europese toezichthouders een rol vervullen in de rechtsvorming (in hoeverre is het Hof van Justitie van de EU hieraan gebonden). Interactie van de softlaw van de Europese toezichthouders met de door de Nederlandse toezichthouders (AFM en DNB) uitgeoefende bevoegdheden.

College 2 – Implementatievraagstukken van de herziene Capital Requirements Regulation (CRR2) en Capital Requirements Directive (CRD 5) en de Investment Firm Regulation en Investment Firm Directive

Uitgebreide aandacht aan de wijzigingen in de Verordening kapitaaleisen en Richtlijn Kapitaaleisen voor banken, welke teksten in het najaar definitief in het Publicatieblad EU zullen zijn verschenen. In deze bijeenkomst komt een uitvoerige beschouwing over Basel IV, de gevolgen voor Nederlandse banken en de komende wetgevingsprojecten (CRR3 en CRD6) aan bod. Tevens wordt ingegaan op het nieuwe prudentiële regime voor beleggingsondernemingen.

College 3 – Fintech en Innovatie in de Financiële Markten

De nieuwe PSD2 richtlijn, crowdfunding en de verdere aspecten van de Capital Markets Union die beogen de afhankelijkheid van de bancaire sector voor financiering en de verlening van betaaldiensten te verkleinen. Hoe is de PSD2 richtlijn in de praktijk geimplementeerd, wat zijn de knelpunten en vraagstukken. In welke mate zijn alternatieve financieringsproposities een bedreiging voor de bancaire kredietverstrekking?

College 4 – Knelpunten voor banken en verzekeraars bij afwikkeling

Het sinds 1 januari 2016 voor banken en bepaalde beleggingsondernemingen geldende raamwerk voor herstel en afwikkeling en het sinds 1 januari 2019 geldende vergelijkbare regime voor verzekeraars roept veel vragen van juridische aard op. Te denken valt aan de mate waarin aanspraken van stakeholders op adequate wijze worden geregeld, de verhoudingen tussen de prudentiële toezichthouders en de afwikkelautoriteiten, de impact van afwikkelplanning op de organisatie van ondernemingen in een groep en dergelijke meer.

College 5 – Knelpunten bij de uitgifte van BRRD-compliant Non-preferred non-secured bailinable debt instruments

Een bijzonder aspect van de nieuwe afwikkelregimes betreft de noodzaak voor banken en verzekeraars om voldoende “bailinable” debt uit te geven. Hoe worden dergelijke transacties vormgegeven? Wat zijn de knelpunten in relatie tot de investeerders en in relatie tot de overige financieringsinstrumenten die door banken en verzekeraars worden uitgegeven? Wat zijn de eisen die toezichthouders hieraan stellen?

College 6 – De toekomst van Engels recht en de keuze voor Engelse rechters na Brexit in de financiële praktijk

Tot voor kort werd in de praktijk niet geaarzeld om in financieringstransacties (ook wanneer er geen internationale nexus bestond) Engels recht van toepassing te verklaren en forum keuze de Engelse rechter. In hoeverre is een dergelijke praktijk nog houdbaar na Brexit? Doen contractpartijen er verstandig aan om hun strategie op dit vlak te veranderen? Wat zou de rol kunnen zijn van het Amsterdamse Commercial Court?

College 7 – Jurisprudentie Banking Union (college in het Engels)

Met de start van het Single Supervisory Mechanism in 2014 en de start van het Single Resolution Mechanism in 2016 is reeds de nodige praktijkervaring opgedaan en zijn inmiddels ook een groot aantal beslissingen van de autoriteiten ter beslechting voorgelegd aan het Gerecht van de EU en van het Hof van Justitie. In deze bijeenkomst volgt een overzicht van de door deze rechterlijke instanties gewezen uitspraken en een analyse van de ontwikkelingen op dit vlak.

College 8 – Innovaties in het Toezicht: sturen op Gedrag en Cultuur binnen financiële ondernemingen

De innovaties in het toezicht op financiële ondernemingen hebben, onder meer, hun beslag gekregen in de nieuwe methode van DNB om in het toezicht ook te kijken naar gedrag en cultuur binnen de ondernemingen. Wat zijn de eerste praktijkervaringen, welke juridische knelpunten bestaan er en in hoeverre is te verwachten dat deze ontwikkeling zich ook doorzet naar het Europese toezicht (bijvoorbeeld door de ECB)?